(terug naar webpagina zonnewijzers)

 

 

Historie van de zonnewijzer

 

Door Nico de Pree

 

  1.  

De zonnewijzer is het oudste bekende apparaat voor het meten van de tijd en zo ver bekend, het oudste wetenschappelijke instrument.Het is gebaseerd op het feit dat de schaduw van een object zich verplaatst van de ene kant van het object naar het andere als de zon zich "beweegt" van oost naar west gedurende de dag, en op het feit dat de schaduw langer of korter wordt, naarmate gedurende de dag de zon hoger en vervolgens weer lager aan de hemel staat.

 

 

Het is niet bekend wanneer de zonnewijzer werd uitgevonden, of welke volkeren het uitvonden. Zonnewijzers zijn te vinden in vele oude beschavingen, waaronder de Babylonische, Griekse, Egyptische en Romeinse. Mogelijk zijn de eerste zonnewijzers bij de Sumerians ontstaan ongeveer 5000 voor christus.

 

 

Het eerste apparaat voor het aangeven van de tijd van de dag was waarschijnlijk de gnomon.

 

 

 

Een gnomon is een verticale staf of zuil, waarvan de schaduw op een plat vlak valt, om de hoogte van de zon te bepalen. De lengte van de schaduw verandert in de loop van de dag. Ook verandert de richting van de schaduw. De lengtevan de schaduw die geworpen werd gaf een indicatie van de tijd van de dag. Het woord vindt zijn oorsprong in het Griekse woord γνομον (gnomon) dat aanwijzer betekent.

 

Als de staaf in de richting van de poolas staat, heet het de stijl.

 

 

De wetenschap die zonnewijzers bestudeert uit wetenschappelijk, astronomisch, en artistiek oogpunt is de gnomonica

 

 

Uren in de oudheid

 

In de oudheid gebruikte men vaak markers op basis van de zonsopgang of zonsondergang. Bijvoorbeeld, Italiaanse uren rekenen 24 uur vanaf de laatste zonsondergang tot de volgende; De Babylonische 24 uren worden geteld tussen twee zonsopgangen. Deze uren zijn soms zichtbaar op oude zonnewijzers.

 

 

Ongelijke uur werden ook gebruikt. Ze tellen 12 uur tussen zonsopgang en zonsondergang, of tijdens de nacht tussen zonsondergang en de volgende zonsopgang. De duur ervan variëren van 40 tot 80 minuten, afhankelijk van het moment van het jaar, dat is de reden waarom ze ongelijke uren heten.

 

(Klik hier) voor een nadere uitleg over de verschillende uren, te lezen op wijzerweb.be

 

 

De beschaving in het Midden-Oosten (2500-2000 BC)

 

Het korte stuk is de gnomon (opstaande schaduwgever). In die gnomon is er een gaatje voor de bevestiging van een klein schietlood. Daaronder is er een verticale richtgroef voor de draad van het schietlood.

 

Op het horizontale vlak van het lange balkje staan vijf cirkeltjes als merktekens van een tijdschaal. De afstanden tussen de merktekens verhouden zich als de cijfers 1, 2, 3, 4, 5.

 

 

 

De vroegste zonnewijzers bekend van de archeologische vondsten zijn de obelisken (3500 BC) en de schaduwklokken (1500 BC) gebruikt in de oude Egyptische en Babylonische astronomie.

 

 

Een Egyptische zonnewijzer (schaduwklok) uit de 15e eeuw voor Christus is de oudste bewaard gebleven zonnewijzer die we nu hebben. Het stamt uit de periode van Toetmozes 3, en bevind zich nu in een museum in Berlijn. Het was gemaakt van een rechte basis van groene schist met een dwarsbalk aan de ene kant. De traverse werd geplaatst aan de oostkant van de basis in de ochtend en de westkant in de middag. Zo ontstond een T-vormige zonnewijzer De schaduw van de dwarsbalk op de basis bleek zes delen aan te geven. Waarschijnlijk nam de Egyptische farao (Toetmozes 3) een schaduwklok mee wanneer hij ten strijde trok. ( Schist is een gesteente waarvan de samenstellende mineralen zich in min of meer evenwijdige lagen hebben gevoegd als gevolg van metamorfische processen.)

 

Babyloniërs en Egyptenaren bouwen obelisken (slanke, spits toelopende vierkante monumenten). Hun bewegende schaduwen vormden een soort zonnewijzer, die de burgers in staat stelde om de dag te verdelen in twee delen, doordat alleen het middaguur werd aangeven. Ze toonde ook de langste en kortste dag van het jaar aan, wanneer de schaduw 's middags het langste of kortste was. Later zou met merken rond de basis van het monument meer tijd verdelingen worden aangegeven. Na verloop van tijd bouwden de Egyptenaren draagbare zonnewijzers, een kleinere versie van de obelisken

 

In ongeveer 700 voor Christus, wordt in het Oude Testament een zonnewijzer beschreven - de "zonnewijzer van Achaz 'genoemd.

 

In Jesaja 38 vers 7 en 8 lezen we "En dit zal u een teken zijn van den HEERE, dat de HEERE het woord, dat Hij gesproken heeft, doen zal: Zie, Ik zal de schaduw der graden, die met de zon in de graden van de Achaz' zonnewijzer nederwaarts gegaan is, tien graden achterwaarts doen keren. Dies is de zon tien graden teruggekeerd, in de graden, die zij nederwaarts gegaan was."En evenzo wordt dit beschreven in II Koningen 20:9 .

 

Als we de beschrijving lezen van de Achaz zonnewijzer dan valt ons op dat er gesproken wordt over ma'aloth wat vertaalt kan worden met "treden", "graden", daarnaast lezen we dat de schaduw tien ma’aloth naar beneden is gegaan. Aan de hand van deze korte beschrijving kunnen we concluderen dat het om een zogeheten "Egyptische schaduwklok" gaat en niet om een Griekse of Babylonische, bij welke de schaduw om de "gnomon" heen draait. Hier wordt gesproken dat de schaduw omlaag gaat, wat het geval was bij Egyptische schaduwklokken, vaak werden deze gebouwd in de vorm van trappen.

 

 

 

 

De Griekse beschaving. (Vanaf 500 BC)

 

Herodotus (484-425 BC) verklaarde in zijn geschriften dat zonnewijzers ontstaan zijn bij de oude Chaldeeërs en Sumeriërs, die in Babylonië leefde tussen de Tigris en de Eufraat, rivieren in de vroegere regio Mesopotamië en nu bekend als Irak. Ze plaatsten verticale staven, die schaduwen op hun gebouwen wierpen, om de datum en tijd aan te geven. Zij waren de eerste mensen die de dag verdeelden in 24 uur, de week in zeven dagen, en het jaar in twaalf maanden. (voorheen hadden ze al de hemel verdeeld te in de 12 tekens van de dierenriem.)

 

Aristophanes (446 – 386 BC) was een Grieks dichter. Hij was een rijke

 

 

 

grondbezitter met een ruime culturele belangstelling en had nauw contact met de Atheense intellectuelen. Hij was bevriend met Socrates

 

In, ecclesiazusae, lezen wij dat iemand zegt, dat hij de tijd om het avondmaal te gebruiken bepaalt aan de hand van een gnomon’s schaduw. Blijkbaar was de zonnewijzer algemeen in gebruik.

 

In Aristophanes spelen: "Vergadering van vrouwen", vraagt Praxagora aan ​​haar man om terug te keren als zijn schaduw een lengte heeft van 10 voet (3,0 m).

 

Erg nauwkeurig was dit allemaal niet. Het is verwonderlijk, dat men aanvankelijk alleen de lengte van de schaduw bepaalde en niet de indeling die te maken is door de beweging van de zon, van oost naar west, de zonnewijzer zoals wij die kennen.

 

 

 

Herodutus, zegt dat de Grieken hun kennis van de zonnewijzer weer van de Babyloniërs hebben overgenomen. De romeinen nemen het weer over van de grieken.

 

 

 

Zonnewijzers worden verondersteld te zijn ingevoerd in Griekenland door Anaximander van Milete , ca. 560 BC. Anaximander was de tweede grote natuurfilosoof uit de stad Milete in Ionië, het huidige westelijke deel van Turkije.

 

De Grieken ontwikkelen en bouwen complexe zonnewijzers met behulp van hun kennis van de meetkunde:

Zij introduceerden trigonometrie in de wiskunde, het levert het gereedschap voor het plotten van uur lijnen met eenvoudige rekenkundige berekeningen in plaats van de meer omslachtige geometrische constructies.Deze methode zal later worden geëxploiteerd door de Arabieren en later door de Europese zonnewijzer makers.

 

 

 

De vroegste beschrijving van een zonnewijzer komt van Berossus, een Babylonische priester en auteur,die leefde ongeveer 340 BC.Zijn zonnewijzer is een kubusvormige blok, waarin een halve bol is uitgesneden.Een kleine kraal op een naald is in het centrum vast gemaakt.Gedurende de dag beweegt de schaduw van de kraal in een cirkelvormige boog, die is verdeeld in twaalf gelijke delen.Omdat de lengte van de dag varieert met de seizoenen, variëren deze uren ook in lengte van seizoen tot seizoen en zijn dus bekend als "tijdelijke uren." ("gelijke uren" werden pas vastgesteld in ongeveer 1300 na Christus, toen mechanische klokken werden uitgevonden.) Vier van deze zonnewijzers werden ontdekt in Italië: een in Tivoli in 1746, een andere op Castel Nuovo in 1751, een andere op Rignano in 1751, en ​​de vierde in Pompeii in 1762

 

Apollonius van Perga (ongeveer 262–190 BC.) was een Grieksmeetkundige en astronoom, die beroemd is vanwege zijn werken over kegelsnedenWe gebruiken nog steeds de namen die Appolonius gaf aan respectievelijk de ellips, parabool en hyperbool. Hij ontwikkelt het hemicyclium door gebruik te maken van het oppervlakte van een kegelsnede waarop de uren lijnen zijn aangebracht; hetgeen zorgde voor een grote toename van de nauwkeurigheid van de zonnewijzer

 

 

 

 

The hemicyclium of Berossos

Aristarchus van Samos (310 - 230 BC.) stelde dat de aarde om de zon draaide en de aarde in een jaar en om zijn eigen as in een dag. Van hem wordt ook gezegd dat hij een zonnewijzer genaamd ‘’hemispherium heeft ontworpen. Een hemisphere werd in steen uitgehouwen, vervolgens werd er een verticale gnomon in het centrum gezet. De tip van de naald volgde in om gekeerde volgorde , het pad van de zon in de hemel. Verticale markeringen op het oppervlak verdeelde de daglicht periode in twaalf tijdelijke uren, en horizontale lijnen gaven de seizoenen of maanden aan.

 

 

 

 

 

The hemispherium van Aristarchus

 

Een vergelijkbare zonnewijzer werd gevonden aan de basis van de naald van Cleopatra in Alexandrie in 1852. Het bevindt zich nu in het Britisch museum.

 

 

 

De Grieken gebruikten ook een zonnewijzer genaamd de "pelekinon" waar de gnomon of verticale staaf werd geplaatst op een horizontale of half bolvormige oppervlak. De naam pelekinon is den naam van een dubbelbladige bijl, hetgeen zeer toepasselijk is als men de lijnen op de zonnewijzer ziet. Een perpendiculaire staaf fungeerde als gnomon, en de oppervlakte van de zonnewijzer vertoonde niet alleen de seizoen lijnen maar ook de uurlijnen. Deze zonnewijzer kon zowel verticaal als horizontaal worden getekend. Ze bouwden deze meer nauwkeurige zonnewijzer op basis van hun kennis van de geometrie.

 

 

 

 

DeToren van de winden of het Horologium van Andronicus van Cyrrhus, is een monument in Athene uit de 2e of 1e eeuw v.Chr. dat de tijd en de windrichting aangaf.

 

De Toren van de winden staat in het oude Athene in het centrum van de stad, aan de rand van de Romeinse Agora en waar nu de wijk Plaka is. Andronicus van Cyrrhus wordt door Vitruvius (I, 6, 4-5) en Varro (De re rustica, III, 5, 17) als de ontwerper genoemd. Hij had al eerder een beroemde zonnewijzer gemaakt voor de tempel van Poseidon op het eiland Tinos, zoals uit een inscriptie bekend is. De toren is een achthoekig bouwwerk van 12 m. hoog en 3,2 m. lang aan iedere zijde. Hij staat op een basis van drie treden en heeft twee ingangen waarvoor kleine portieken stonden met ieder twee Korinthische zuilen. Het gebouw is gemaakt van Pentelisch marmer. Boven op ieder van de acht kanten is in reliëf de god van een wind afgebeeld, elk precies op de richting waaruit hij waait. De windgoden, die gevleugeld en bijna horizontaal door de lucht vliegend zijn afgebeeld, zijn Boreas (noordenwind), Kaikias (noordoostenwind), Apeliotes (oostenwind), Euros (zuidoostenwind), Notos (zuidenwind), Lips (zuidwestenwind), Zephyros (westenwind) en Skiron (noordwestenwind). Uit de beschrijving van Vitruvius weten we dat er bovenop een marmeren kegel stond met een bronzen Triton die als een grote windvaan werkte en met een staf in zijn hand naar een van de acht goden wees om de heersende windrichting aan te geven. In het gebouw bevond zich een enorme waterklok. Aan de achterkant van het gebouw is een groot halfrond waterreservoir gebouwd, waaruit het water stroomde dat het raderwerk van de klok aandreef. Het gebouw diende ook aan de buitenkant als uurwerk. Doordat de voorkant precies op het noorden is gericht, is door de val van de schaduw op de zijkanten precies te zien welk deel van de dag het is. Voor de preciezere tijd droeg elk van de zijkanten een grote zonnewijzer

 

 

 

 

 

 

Van de wiskundige en astronoom Theodosius van Bithynië (ca. 160-100 BC) schreef een boek over de geometrie van de over de geometrie van de bol.Hij werd geboren in Tripolis in Bithynia. Vitrivius schrijft over hem dat hij een universele zonnewijzer heeft uitgevonden die overal op de aarde kan worden gebruikt..

 

 

De Romeinse beschaving. (300 BC)

 

De Romeinen waren een oorlogszuchtig volk, waarbij eerlijkheid, trouw en dapperheid op de voorgrond stonden. Zij kenden nauwelijks kunstvormen, behalve bustes van de voorouders, tot zij Sicilië binnen vielen (264 BC), en daar de Griekse beelden, schilderingen e.d. ontdekten. Ook de wetenschap was bij de Romeinen nauwelijks ontwikkeld. Nadat ze andere volkeren hadden overwonnen, roofden ze alle kunst hier weg en evenzo de wetenschappers, door hen o.a. als slaaf mee naar Rome te nemen.

 

De eerste zonnewijzer werd opgericht in Rome in het jaar 290 BC. Hij wordt buit gemaakt op de de Samnieten en opgesteld voor deTempel van Quirinus, gebouwd als dank voor de overwinning op de Samnieten. De Samnieten waren een stam die ten zuidoosten van Rome woonden, hoe zij aan de zonnewijzer zijn gekomen is onduidelijk, waarschijnlijk verkregen zij hem door handel met de Grieken. De Grieken hadden immers koloniën in het zuiden van het huidige Italië, die de Romeinen nog niet overwonnen hadden.

 

Een andere zonnewijzer werd naar Rome gebracht door Valerius Messala vanuit Catania(Sicilië) in 261 voor Christus, maar het was pas in 164 BC, voor zover wij weten, dat een zonnewijzer in Rome zelf werd vervaardigd en opgericht. Dit in opdracht van Q. Marcius Phillipus.

 

De Romeinen bouwden een zeer grote zonnewijzer in 10 voor Christus, het Horlogium Augusti.

 

Het Horlogium van Augustus was een zonnewijzer van enorme afmetingen gebouwd in opdracht van keizerAugustus en door hem gewijd aan de zon in het oude Rome. De horizontale zonnewijzer was gebouwd op het Marsveld in Rome op de plaats waar Augustus na het beëindigen van de burgeroorlogen een aantal werken liet uitvoeren om zichzelf voor de door hem verkregen Pax Romana te laten eren. Naast het Horologium verschenen hier de Ara Pacis, een openbaar park en een mausoleum voor de keizer en zijn familie. Het Horologium werd door Augustus in 9 n.Chr. ingewijd. Als gnomon (naald) diende een 30 meter hoge obelisk die Augustus uit Egypte had laten overkomen. De obelisk stond oorspronkelijk in Heliopolis, stamt uit de uit de 6e eeuw v.Chr. en is gemaakt onder faraoPsammetichus II. Op de obelisk werd een bol geplaatst waarvan de schaduw op een plein viel waar in het travertijnen plaveisel bronzen markeringen waren aangebracht waarop de tijd kon worden afgelezen. De afmetingen van het plein waren 160 bij 75 meter, en daarmee is het Horologium waarschijnlijk de grootste zonnewijzer ooit gebouwd. Op 23 september, de verjaardag van de keizer, reikte de schaduw tot aan het midden van de Ara Pacis, wat symboliseerde dat Augustus altijd al als vredesbrenger was voorbestemd. De zonnewijzer is na de Romeinse tijd verloren gegaan. Door de regelmatige overstromingen van de Tiber, en het daarna achterblijven van lagen slib, steeg het grondniveau door de eeuwen heen een paar meter en bovendien werd het Marsveld in de middeleeuwen de drukst bevolkte wijk van de stad. De obelisk werd in 1748 in delen weer opgegraven. In 1792 werd gerestaureerd en geplaats op Piazza Montecitorio.

 

 

 

De antieke wijdingsinscriptie is bewaard gebleven en luidt:

 

 

IMP CAESAR DIVI F

 

AUGUSTUS

PONTIFEX MAXIMUS

IMP XII COS XI TRIB POT XIV

AEGUPTO IN POTESTATEM

POPULI ROMANI REDACTA

SOLI DONUM DEDIT

Imperator Caesar zoon van een vergoddelijkte

 

Augustus

Pontifex Maximus

12 keer imperator, 11 keer consul, 14 keer (bekleed met) tribunicia potestas.

Egypte onder het gezag

van het Romeinse volk gebracht

heeft hij (deze obelisk) aan de zon geschonken

 

 

 

 

 

Plinius de Oudere vertelt er het volgende over:

 

De tekst van Plinius:

 

De goddelijke Augustus gaf de obelisk op het Marsveld een bijzondere functie door hem de door de zon geprojecteerde schaduw en daarmee de lengte van de dagen en nachten te laten aangeven. Hij liet namelijk een plaveisel aanleggen in overeenstemming met de lengte van de obelisk en wel zo dat midden op de kortste dag van het jaar de schaduw daarmee in lengte samenviel en geleidelijk langs de bronzen strepen die in het plaveisel waren opgenomen dag voor dag korter werd en daarna weer langer. Deze installatie verdient bestudering en is te danken aan het vernuft van de wiskundige Facundus Novius. Hij liet boven op de spits een vergulde bol aanbrengen zodat de schaduw zich op het topje er van zou concentreren. Anders zou de spits een schaduw opwerpen die niet scherp omlijnd was. Men verteld dat hij op dit idee was gekomen door de schaduw van een mensenhoofd. De waarneming volgens deze methode kloppen al dertig jaar niet meer, hetzij dat de baan van de zon zelf is gaan afwijken en door bepaalde veranderingen in de hemel is gewijzigd, hetzij omdat de aarde als geheel enigszins uit haar middelpunt is verschoven, wat, naar ik hoor, ook op andere plaatsen is voorgekomen. Ook kan door plaatselijke aardbevingen alleen de wijzer uit het lood zijn geraakt of is het hele gevaarte door overstromingen van de Tiber verzakt, hoewel men zegt dat de fundamenten diep genoeg in de grond zijn verzonken voor de last die er op rust.

 

 

In 48 BC schrijft Cicero aan Tiro, dat hij een zonnewijzer wilde plaatens in zijn villa in Tusculum, op een later tijdstip zien we dat Romeinen zonnewijzers oprichten in alle mogelijke hoeken van hun villa's en gronden.

 

 

 

De toneelschrijver en dichter Titus Maccius Plautus (250-185 voor Christus) die in het volgende vers aantoont hoe algemeen zonnewijzers geworden waren in Rome tijdens zijn leven.

 

Dat de goden de man laat verrekken die als eerste ontdekte

Hoe de uren te onderscheiden! Verrek ook hem,

die in deze plaats een zonnewijzer opzette,

 

Door mijn dagen zo jammerlijk in stukken te snijden en te hakken.

In kleine porties. Toen ik een jongen was,

was mijn buik, mijn zonnewijzer, een meer zekerder,

Juister, en meer preciezere dan een van hen.

Deze aanwijzer vertelde me wanneer het de juiste tijd was

Om te gaan eten,als ik behoefte had om te eten.

Maar nu ten dage, waarom, zelfs als ik het heb,

kan ik niet aanvallen, tenzij de zon het toestaat.

De stad is zo vol van deze verrekte zonnewijzers,

Dat het grootste deel van zijn bewoners,

Gekromd van de honger, langs de straten kruipen.

 

De Romeinse architect Vitruvius (± 85 — 20 BC ) beschreef rond 22 BC hoe met cirkels en lijnen een zonnewijzer gebouwd kan worden. Hij noemde zijn methode "analemma van de gnomoniek". Bij een bekende geografische breedtegraad kan met Vitruvius’ methode de positie van de Zon aan de hemel op elk moment van de dag en in elk jaargetijde berekend worden. (klik hier om de tekst van Vitrivius te lezen)

 

 

Over de astronomische betekenis die men kan vinden in de architectuur van het Pantheon in Rome, gebouwd door Agrippa in de eerste eeuw voor Christus, bestaat geen twijfel. Maar nu beweren sommige onderzoekers dat het Romeinse gebouw fungeert als een reusachtige zonnewijzer.

 

 

 

 

De donkere middeleeuwen

 

 

In de eerste eeuwen van onze jaartelling, zien we het vrijwel weg vallen van het aantal zonnewijzers, met het verval dat de gehele wetenschap van de Europese middeleeuwse cultuur en economie. Er zijn maar weinig items (meestal archeologisch) die we kunnen vinden. Echter, op dat moment waren er wel twee beroemde landmeters: de Eerbiedwaardige Beda en Higinio gromat (tweede eeuw). Bede (de vroegste Engels historicus) stelde het feit vast dat de uren korter of langer waren afhankelijk van de seizoenen, en dit gegeven vond hij door de bestudering van bestaande wijzerplaten die in het algemeen werden gevonden ingebouwd in oude gebouwen. Over het algemeen zijn ze ook te vinden op stenen ingebouwd in veranda's, ramen en hoeken van gebouwen, en bestaan ​​uit cirkels en halve cirkels, gedeeld door lijnen die uitstralen vanui een gat in het centrum. Het aantal lijnen verschilde aanzienlijk en de ruimten zijn ook van ongelijke grootte. Eerbiedwaardige Bedewordt vermeld zijn volgelingen te hebben geïnstrueerd in de kunst van het vertellen van de tijd door het interpreteren van hun schaduw lengtes.

 

 

De Grieken en Arabieren in de periode na Christus.

 

De 2e-eeuwse Hellenistisch-Egyptische sterrenkundige Claudius Ptolemaeus gebruikte het woord analemma (in zijn gelijknamige boek) voor een sterrenkundige projectiemethode waarbij kubussen en bollen in elkaar worden geprojecteerd als vierkanten en cirkels. Deze methode is onder andere gebruikt bij de bouw van de Hagia Sophia in Constantinopel (532 – 537 n. Chr.). Een analemma is een Griekswoord (ανα λεμμα = opname van boven) . Dit soortzonnewijzer is letterlijk een opname van boven van een cilindrische equatoriale zonnewijzer.

 

 

 

 

Terwijl het christelijke Europa op het moment de werken volgde van de Eerwaarde Beda, (2e eeuw) bleven de Arabieren een veel grote intellectuele activiteit aan de dag leggen, ondanks de vernietiging van de Bibliotheek van Alexandrië. Het is pas in de tiende eeuw dat Europa schuchter begint te kijken naar de uitgebreide compilaties van de oude kennis de Arabieren.

 

De meerderheid van de Arabieren zonnewijzers die zijn bewaard uit de Middeleeuwen zijn gemaakt van marmer of koperen platen. Ze hebben allemaal een indicatie van de richting van de Kaaba in Mekka als gevolg van de religieuze gebod te bidden met het gezicht naar die plaats, ongeacht waar zij zich bevinden.

 

 

Het feodale tijdperk. (vanaf 500 AD)

 

Je moet wachten tot het feodalisme om de verspreiding van zonnewijzers op het Europese continent weer te zien toenemen. Het was de religieuze Benedictijner orde (529 AD) en zijn toewijding om te voldoen aan het schema van bidden, bepaald door de oprichter, die deze monniken aanmoedigden om de bouw van zonnewijzers te bestuderen.

 

Sinds haar oorsprong, wilde de katholieke kerk de heiligen aanroepen op bepaalde tijden van de dag met een gemeenschappelijk gebed. De gnomonica van deze eeuw leidde tot de bouw van veel zonnewijzers, die de canonieke uren en het uur van gebed aangeven. Deze zonnewijzers zijn over het algemeen te vinden op de zuidelijke gevels van kerken en kloosters.

De oudste zonnewijzer in Engeland is opgenomen in het Bewcastle Kruis ca. 800 na Chr. Het kruis van Bewcastle staat nog steeds op zijn originele positie binnen de bescherming van het Romeinse fort. Het is één van de indrukwekkendste monumenten, dat bewaard is gebleven uit de begintijd van het christendom van Noord- Engeland. De schacht van het kruis is 4,4 meter hoog en droeg vroeger een vrijstaand kruis. In zijn oorspronkelijk beschilderde staat moet het zelfs een indrukwekkender gezicht zijn geweest dan het nu is.

 

 

 

 

De wijzerplaat is verdeeld in de vier getijden van eb en vloed, delen van de werkdag zoals gebruikelijk in gebieden die onder invloed van de Vikingen stonden. Het was een maritieme cultuur die het verstrijken van de tijd noteerde volgens de twee hoge en twee lage getijden per dag

 

 

De eerste zonnewijzers aangebracht op de stenen gevels van kerken en kathedralen beginnen in het begin achtste eeuw te verschijnen. In het jaar 1000 ontstonden horizontale zonnewijzers,hiervoor gebruikte men gaten in de gewelven van de kathedralen. Een fraai voorbeeld,weliswaar van latere datum zien we in het zuidelijke transept van de Santa Maria degli Angeli in Rome. Een kerk door Michelangelo ontworpen in een deel van de enorme baden van Diocletanus (3e eeuw na Christus) In de 18e eeuw werd op bevel van Paus Clement de 9e een meridiaan (de noord- zuid merideaan) in de kerk geinstalleerd. In het gewelf werd een gat gemaakt waardoor een zonnestaal (rode pijl) precies op de meridiaan valt om exact twaalf uur.

 

 

 

 

 

 

 

 

In de negende eeuw tijdens het kalifaat van Al Mamoen, wordt de kennis van de astronomie uitgebreid toegepast. Het markeert het begin van een intensieve culturele activiteit,die in de latere eeuwen zou doorgaan met schrijvers als Averroës, Ibn Thabit Qurraa (826-901) en Al-Biruni (973-1048) als voorbeeld.

 

 

De periode na 1000 na Christus

 

 

In de elfde eeuw schreef een Duitse wiskundige (die de Arabische taal kende), een verhandeling over het astrolabium met behoud van de Arabische terminologie. In dit verslag staan enkele aanwijzingen voor zonnewijzer van de herder. De vertaling van twee Arabische manuscripten gnomonica was de meest belangrijke culturele vooruitgang van de tijd op dit gebied.

 

 

De Griekse zonnewijzers zijn overgenomen en verder ontwikkeld door de islamitische kalifaat culturen en de post-renaissance Europeanen. Omdat de Griekse zonnewijzers rechte uur-lijnen hadden, geven zij ongelijke uren aan - ook wel tijdelijke uren - dat varieerde met de seizoenen, omdat elke dag werd verdeeld in twaalf gelijke segmenten, dus uren werden korter in de winter en langer in zomer. Het idee van het gebruik van uren van gelijke tijdsduur gedurende het hele jaar was de innovatie van Abu'l-Hasan Ibn al-Shatir in 1371, op basis van eerdere ontwikkelingen in de driehoeksmeting door Mohammed ibn Jabir al-Harrānī al-Battani (Albategni). Ibn al-Shatir was zich ervan bewust dat "met behulp van een gnomon die evenwijdig staat aan de as van de aarde, men de zonnewijzers uur lijnen kon geven, met gelijke uren op elke dag van het jaar. " Zijn zonnewijzer is de oudste polaire-as zonnewijzer die nog steeds bestaat. Het concept verscheen later in West-europa van ten minste vanaf1446.

 

 

De Renaissance. Vanaf 1300

 

In de dertiende eeuw in Spanje, liet koning van Castilië Alfonso X de Wijze, in de stad Toledo een grote groep christenen, Grieks, Hebreeuws en Arabisch astronomische boeken vertalen in het Latijn, immers veel van de werken over de astronomie zijn geschreven in het Arabisch. Zijn doel was alle Arabische kennis te verspreiden over heel Europa om de culturele achterstand waarin het is ondergedompeld te herstellen. Ook de gnomonica werd ontwikkeld, net als alle wetenschappen.

 

De volgende eeuwen waren de glorie tijd van de Europese zonnewijzer. In de vijftiende eeuw werden in Europa door de openbaarmaking van de Gnomonica, Zonnewijzers met gelijke uren geleidelijk in gebruik genomen.

Het begin van de Renaissance zag een explosie van nieuwe ontwerpen. Giovanni Padovani publiceerde een verhandeling over de zonnewijzer in 1570, waarin hij de instructies gaf voor de vervaardiging van zonnewijzers op de muurschildering (verticaal) en ook van horizontale zonnewijzers. Ook Giuseppe Biancani publiceerde (1620) een verhandeling (Constructio instrumenti advertentie horologia solaria), waarin wordt uitgelegd hoe men een perfecte zonnewijzer kunt maken, met bijbehorende illustraties.

 

De eerste analemmatische zonnewijzer geïnstalleerd in Frankrijk, en waarschijnlijk in de wereld, is in de kerk van Brou, nabij Bourg-en-Bresse, in 1513. Het werd beschreven in 1644 door Vauzelard, die wordt beschouwd als de uitvinder en theoreticus van analemmatische zonnewijzers. Weinig analemmatische zonnewijzers zijn gebouwd vóór de twintigste eeuw (Dijon 1827, Besanon 1902, Montpellier, Avignon)

 

 

De moderne tijd. Vanaf 1750

 

Hoewel in de viertiende eeuw de torenuurwerken voor het eerst werden ontwikkeld, In de achttiende eeuw, beginnen klokken en horloges zonnewijzers te vervangen. Zij hebben het voordeel dat er geen zonnige hemel nodig is. Ze zijn echter vaak onbetrouwbaar en afhankelijk van zonnewijzers om de ware tijd in te stellen, daarom werden de zonnewijzers nog altijd gebruikt om de klokken gelijk te zetten.

 

 

De Franse generaal Lafayette wilde zijn respect en bewondering uitdrukken voor zijn bondgenoot en vriend generaal George Washington tijdens de Amerikaanse revolutie van 1777.

 

Hij kiest als gift een zilveren Explorer zonnewijzer, met de tekst: “Let others talk of storms and showers, I'll only mark your sunny hours

 

 

 

Ook in de Amerikaanse kolonies werden vele zonnewijzers gebouwd, waarvan sommige nog steeds bewaard gebleven.

 

In de tropen heb je een dubbele schijf die de tijd aangeeft. De schijf op het zuiden wordt gebruikt voor een deel van het jaar, n.l. van augustus tot april, en de schijf aan de andere kant op het noorden wordt de rest van het jaar gebruikt. Twee dagen per jaar, wanneer de zon direct boven de plaats passeert, is het uur te zien aan beide zijden.

 

 

 

 

De moderne tijd

 

Ontwerpers van de Taipei 101, aanvankelijk de hoogste wolkenkrabber van het derde millennium , bracht een oude traditie naar voren. De toren, toen de hoogste in de wereld, werd het geopend in Taiwan in 2004, en is meer dan een halve kilometer hoog. Het ontwerp van een aangrenzend park maakt gebruik van de toren als de gnomon voor een grote horizontale zonnewijzer.

 

 

 

De hoofdmast van deSundial Bridge in Redding, Californië is ook een gnomon voor het naastgelegen park.

 

 

 

 

 

Op dit moment, hoewel de nauwkeurigheid van de mechanische klokken de zonnewijzers overtreffen, blijven ze gebouwd worden, vooral als decoratie op gebouwen, monumenten en openbare plaatsen. Ze bestaan uit vele soorten met grote precisie en het zijn vaak prachtige ontwerpen. De steun van de computer bij de berekening en het ontwerp van de zonnewijzer is nu fundamenteel. Als gevolg van deze technologische ondersteuning, ontstaat er in de afgelopen jaren een heropleving van deze oude instrumenten voor het meten van de tijd, maar zoals hierboven vermeld, zijn functie is op dit moment niet meer om precies met de zonnewijzer tijd aan te geven, maar meer als decoratie.

 

 

 

(terug naar webpagina zonnewijzers)

 

 

Historie van de zonnewijzer

 

Door Nico de Pree

 

 

De zonnewijzer is het oudste bekende apparaat voor het meten van de tijd en zo ver bekend, het oudste wetenschappelijke instrument.Het is gebaseerd op het feit dat de schaduw van een object zich verplaatst van de ene kant van het object naar het andere als de zon zich "beweegt" van oost naar west gedurende de dag, en op het feit dat de schaduw langer of korter wordt, naarmate gedurende de dag de zon hoger en vervolgens weer lager aan de hemel staat.

 

 

Het is niet bekend wanneer de zonnewijzer werd uitgevonden, of welke volkeren het uitvonden. Zonnewijzers zijn te vinden in vele oude beschavingen, waaronder de Babylonische, Griekse, Egyptische en Romeinse. Mogelijk zijn de eerste zonnewijzers bij de Sumerians ontstaan ongeveer 5000 voor christus.

 

 

Het eerste apparaat voor het aangeven van de tijd van de dag was waarschijnlijk de gnomon.

 

 

 

Een gnomon is een verticale staf of zuil, waarvan de schaduw op een plat vlak valt, om de hoogte van de zon te bepalen. De lengte van de schaduw verandert in de loop van de dag. Ook verandert de richting van de schaduw. De lengtevan de schaduw die geworpen werd gaf een indicatie van de tijd van de dag. Het woord vindt zijn oorsprong in het Griekse woord γνομον (gnomon) dat aanwijzer betekent.

 

Als de staaf in de richting van de poolas staat, heet het de stijl.

 

 

De wetenschap die zonnewijzers bestudeert uit wetenschappelijk, astronomisch, en artistiek oogpunt is de gnomonica

 

 

Uren in de oudheid

 

In de oudheid gebruikte men vaak markers op basis van de zonsopgang of zonsondergang. Bijvoorbeeld, Italiaanse uren rekenen 24 uur vanaf de laatste zonsondergang tot de volgende; De Babylonische 24 uren worden geteld tussen twee zonsopgangen. Deze uren zijn soms zichtbaar op oude zonnewijzers.

 

 

Ongelijke uur werden ook gebruikt. Ze tellen 12 uur tussen zonsopgang en zonsondergang, of tijdens de nacht tussen zonsondergang en de volgende zonsopgang. De duur ervan variëren van 40 tot 80 minuten, afhankelijk van het moment van het jaar, dat is de reden waarom ze ongelijke uren heten.

 

(Klik hier) voor een nadere uitleg over de verschillende uren, te lezen op wijzerweb.be

 

 

De beschaving in het Midden-Oosten (2500-2000 BC)

 

Het korte stuk is de gnomon (opstaande schaduwgever). In die gnomon is er een gaatje voor de bevestiging van een klein schietlood. Daaronder is er een verticale richtgroef voor de draad van het schietlood.

 

Op het horizontale vlak van het lange balkje staan vijf cirkeltjes als merktekens van een tijdschaal. De afstanden tussen de merktekens verhouden zich als de cijfers 1, 2, 3, 4, 5.

 

 

 

De vroegste zonnewijzers bekend van de archeologische vondsten zijn de obelisken (3500 BC) en de schaduwklokken (1500 BC) gebruikt in de oude Egyptische en Babylonische astronomie.

 

 

Een Egyptische zonnewijzer (schaduwklok) uit de 15e eeuw voor Christus is de oudste bewaard gebleven zonnewijzer die we nu hebben. Het stamt uit de periode van Toetmozes 3, en bevind zich nu in een museum in Berlijn. Het was gemaakt van een rechte basis van groene schist met een dwarsbalk aan de ene kant. De traverse werd geplaatst aan de oostkant van de basis in de ochtend en de westkant in de middag. Zo ontstond een T-vormige zonnewijzer De schaduw van de dwarsbalk op de basis bleek zes delen aan te geven. Waarschijnlijk nam de Egyptische farao (Toetmozes 3) een schaduwklok mee wanneer hij ten strijde trok. ( Schist is een gesteente waarvan de samenstellende mineralen zich in min of meer evenwijdige lagen hebben gevoegd als gevolg van metamorfische processen.)

 

Babyloniërs en Egyptenaren bouwen obelisken (slanke, spits toelopende vierkante monumenten). Hun bewegende schaduwen vormden een soort zonnewijzer, die de burgers in staat stelde om de dag te verdelen in twee delen, doordat alleen het middaguur werd aangeven. Ze toonde ook de langste en kortste dag van het jaar aan, wanneer de schaduw 's middags het langste of kortste was. Later zou met merken rond de basis van het monument meer tijd verdelingen worden aangegeven. Na verloop van tijd bouwden de Egyptenaren draagbare zonnewijzers, een kleinere versie van de obelisken

 

In ongeveer 700 voor Christus, wordt in het Oude Testament een zonnewijzer beschreven - de "zonnewijzer van Achaz 'genoemd.

 

In Jesaja 38 vers 7 en 8 lezen we "En dit zal u een teken zijn van den HEERE, dat de HEERE het woord, dat Hij gesproken heeft, doen zal: Zie, Ik zal de schaduw der graden, die met de zon in de graden van de Achaz' zonnewijzer nederwaarts gegaan is, tien graden achterwaarts doen keren. Dies is de zon tien graden teruggekeerd, in de graden, die zij nederwaarts gegaan was."En evenzo wordt dit beschreven in II Koningen 20:9 .

 

Als we de beschrijving lezen van de Achaz zonnewijzer dan valt ons op dat er gesproken wordt over ma'aloth wat vertaalt kan worden met "treden", "graden", daarnaast lezen we dat de schaduw tien ma’aloth naar beneden is gegaan. Aan de hand van deze korte beschrijving kunnen we concluderen dat het om een zogeheten "Egyptische schaduwklok" gaat en niet om een Griekse of Babylonische, bij welke de schaduw om de "gnomon" heen draait. Hier wordt gesproken dat de schaduw omlaag gaat, wat het geval was bij Egyptische schaduwklokken, vaak werden deze gebouwd in de vorm van trappen.

 

 

 

 

De Griekse beschaving. (Vanaf 500 BC)

 

Herodotus (484-425 BC) verklaarde in zijn geschriften dat zonnewijzers ontstaan zijn bij de oude Chaldeeërs en Sumeriërs, die in Babylonië leefde tussen de Tigris en de Eufraat, rivieren in de vroegere regio Mesopotamië en nu bekend als Irak. Ze plaatsten verticale staven, die schaduwen op hun gebouwen wierpen, om de datum en tijd aan te geven. Zij waren de eerste mensen die de dag verdeelden in 24 uur, de week in zeven dagen, en het jaar in twaalf maanden. (voorheen hadden ze al de hemel verdeeld te in de 12 tekens van de dierenriem.)

 

Aristophanes (446 – 386 BC) was een Grieks dichter. Hij was een rijke

 

 

 

grondbezitter met een ruime culturele belangstelling en had nauw contact met de Atheense intellectuelen. Hij was bevriend met Socrates

 

In, ecclesiazusae, lezen wij dat iemand zegt, dat hij de tijd om het avondmaal te gebruiken bepaalt aan de hand van een gnomon’s schaduw. Blijkbaar was de zonnewijzer algemeen in gebruik.

 

In Aristophanes spelen: "Vergadering van vrouwen", vraagt Praxagora aan ​​haar man om terug te keren als zijn schaduw een lengte heeft van 10 voet (3,0 m).

 

Erg nauwkeurig was dit allemaal niet. Het is verwonderlijk, dat men aanvankelijk alleen de lengte van de schaduw bepaalde en niet de indeling die te maken is door de beweging van de zon, van oost naar west, de zonnewijzer zoals wij die kennen.

 

 

 

Herodutus, zegt dat de Grieken hun kennis van de zonnewijzer weer van de Babyloniërs hebben overgenomen. De romeinen nemen het weer over van de grieken.

 

 

 

Zonnewijzers worden verondersteld te zijn ingevoerd in Griekenland door Anaximander van Milete , ca. 560 BC. Anaximander was de tweede grote natuurfilosoof uit de stad Milete in Ionië, het huidige westelijke deel van Turkije.

 

De Grieken ontwikkelen en bouwen complexe zonnewijzers met behulp van hun kennis van de meetkunde:

Zij introduceerden trigonometrie in de wiskunde, het levert het gereedschap voor het plotten van uur lijnen met eenvoudige rekenkundige berekeningen in plaats van de meer omslachtige geometrische constructies.Deze methode zal later worden geëxploiteerd door de Arabieren en later door de Europese zonnewijzer makers.

 

 

 

De vroegste beschrijving van een zonnewijzer komt van Berossus, een Babylonische priester en auteur,die leefde ongeveer 340 BC.Zijn zonnewijzer is een kubusvormige blok, waarin een halve bol is uitgesneden.Een kleine kraal op een naald is in het centrum vast gemaakt.Gedurende de dag beweegt de schaduw van de kraal in een cirkelvormige boog, die is verdeeld in twaalf gelijke delen.Omdat de lengte van de dag varieert met de seizoenen, variëren deze uren ook in lengte van seizoen tot seizoen en zijn dus bekend als "tijdelijke uren." ("gelijke uren" werden pas vastgesteld in ongeveer 1300 na Christus, toen mechanische klokken werden uitgevonden.) Vier van deze zonnewijzers werden ontdekt in Italië: een in Tivoli in 1746, een andere op Castel Nuovo in 1751, een andere op Rignano in 1751, en ​​de vierde in Pompeii in 1762

 

Apollonius van Perga (ongeveer 262–190 BC.) was een Grieksmeetkundige en astronoom, die beroemd is vanwege zijn werken over kegelsnedenWe gebruiken nog steeds de namen die Appolonius gaf aan respectievelijk de ellips, parabool en hyperbool. Hij ontwikkelt het hemicyclium door gebruik te maken van het oppervlakte van een kegelsnede waarop de uren lijnen zijn aangebracht; hetgeen zorgde voor een grote toename van de nauwkeurigheid van de zonnewijzer

 

 

 

 

The hemicyclium of Berossos

Aristarchus van Samos (310 - 230 BC.) stelde dat de aarde om de zon draaide en de aarde in een jaar en om zijn eigen as in een dag. Van hem wordt ook gezegd dat hij een zonnewijzer genaamd ‘’hemispherium heeft ontworpen. Een hemisphere werd in steen uitgehouwen, vervolgens werd er een verticale gnomon in het centrum gezet. De tip van de naald volgde in om gekeerde volgorde , het pad van de zon in de hemel. Verticale markeringen op het oppervlak verdeelde de daglicht periode in twaalf tijdelijke uren, en horizontale lijnen gaven de seizoenen of maanden aan.

 

 

 

 

 

The hemispherium van Aristarchus

 

Een vergelijkbare zonnewijzer werd gevonden aan de basis van de naald van Cleopatra in Alexandrie in 1852. Het bevindt zich nu in het Britisch museum.

 

 

 

De Grieken gebruikten ook een zonnewijzer genaamd de "pelekinon" waar de gnomon of verticale staaf werd geplaatst op een horizontale of half bolvormige oppervlak. De naam pelekinon is den naam van een dubbelbladige bijl, hetgeen zeer toepasselijk is als men de lijnen op de zonnewijzer ziet. Een perpendiculaire staaf fungeerde als gnomon, en de oppervlakte van de zonnewijzer vertoonde niet alleen de seizoen lijnen maar ook de uurlijnen. Deze zonnewijzer kon zowel verticaal als horizontaal worden getekend. Ze bouwden deze meer nauwkeurige zonnewijzer op basis van hun kennis van de geometrie.

 

 

 

 

DeToren van de winden of het Horologium van Andronicus van Cyrrhus, is een monument in Athene uit de 2e of 1e eeuw v.Chr. dat de tijd en de windrichting aangaf.

 

De Toren van de winden staat in het oude Athene in het centrum van de stad, aan de rand van de Romeinse Agora en waar nu de wijk Plaka is. Andronicus van Cyrrhus wordt door Vitruvius (I, 6, 4-5) en Varro (De re rustica, III, 5, 17) als de ontwerper genoemd. Hij had al eerder een beroemde zonnewijzer gemaakt voor de tempel van Poseidon op het eiland Tinos, zoals uit een inscriptie bekend is. De toren is een achthoekig bouwwerk van 12 m. hoog en 3,2 m. lang aan iedere zijde. Hij staat op een basis van drie treden en heeft twee ingangen waarvoor kleine portieken stonden met ieder twee Korinthische zuilen. Het gebouw is gemaakt van Pentelisch marmer. Boven op ieder van de acht kanten is in reliëf de god van een wind afgebeeld, elk precies op de richting waaruit hij waait. De windgoden, die gevleugeld en bijna horizontaal door de lucht vliegend zijn afgebeeld, zijn Boreas (noordenwind), Kaikias (noordoostenwind), Apeliotes (oostenwind), Euros (zuidoostenwind), Notos (zuidenwind), Lips (zuidwestenwind), Zephyros (westenwind) en Skiron (noordwestenwind). Uit de beschrijving van Vitruvius weten we dat er bovenop een marmeren kegel stond met een bronzen Triton die als een grote windvaan werkte en met een staf in zijn hand naar een van de acht goden wees om de heersende windrichting aan te geven. In het gebouw bevond zich een enorme waterklok. Aan de achterkant van het gebouw is een groot halfrond waterreservoir gebouwd, waaruit het water stroomde dat het raderwerk van de klok aandreef. Het gebouw diende ook aan de buitenkant als uurwerk. Doordat de voorkant precies op het noorden is gericht, is door de val van de schaduw op de zijkanten precies te zien welk deel van de dag het is. Voor de preciezere tijd droeg elk van de zijkanten een grote zonnewijzer

 

 

 

 

 

 

Van de wiskundige en astronoom Theodosius van Bithynië (ca. 160-100 BC) schreef een boek over de geometrie van de over de geometrie van de bol.Hij werd geboren in Tripolis in Bithynia. Vitrivius schrijft over hem dat hij een universele zonnewijzer heeft uitgevonden die overal op de aarde kan worden gebruikt..

 

 

De Romeinse beschaving. (300 BC)

 

De Romeinen waren een oorlogszuchtig volk, waarbij eerlijkheid, trouw en dapperheid op de voorgrond stonden. Zij kenden nauwelijks kunstvormen, behalve bustes van de voorouders, tot zij Sicilië binnen vielen (264 BC), en daar de Griekse beelden, schilderingen e.d. ontdekten. Ook de wetenschap was bij de Romeinen nauwelijks ontwikkeld. Nadat ze andere volkeren hadden overwonnen, roofden ze alle kunst hier weg en evenzo de wetenschappers, door hen o.a. als slaaf mee naar Rome te nemen.

 

De eerste zonnewijzer werd opgericht in Rome in het jaar 290 BC. Hij wordt buit gemaakt op de de Samnieten en opgesteld voor deTempel van Quirinus, gebouwd als dank voor de overwinning op de Samnieten. De Samnieten waren een stam die ten zuidoosten van Rome woonden, hoe zij aan de zonnewijzer zijn gekomen is onduidelijk, waarschijnlijk verkregen zij hem door handel met de Grieken. De Grieken hadden immers koloniën in het zuiden van het huidige Italië, die de Romeinen nog niet overwonnen hadden.

 

Een andere zonnewijzer werd naar Rome gebracht door Valerius Messala vanuit Catania(Sicilië) in 261 voor Christus, maar het was pas in 164 BC, voor zover wij weten, dat een zonnewijzer in Rome zelf werd vervaardigd en opgericht. Dit in opdracht van Q. Marcius Phillipus.

 

De Romeinen bouwden een zeer grote zonnewijzer in 10 voor Christus, het Horlogium Augusti.

 

Het Horlogium van Augustus was een zonnewijzer van enorme afmetingen gebouwd in opdracht van keizerAugustus en door hem gewijd aan de zon in het oude Rome. De horizontale zonnewijzer was gebouwd op het Marsveld in Rome op de plaats waar Augustus na het beëindigen van de burgeroorlogen een aantal werken liet uitvoeren om zichzelf voor de door hem verkregen Pax Romana te laten eren. Naast het Horologium verschenen hier de Ara Pacis, een openbaar park en een mausoleum voor de keizer en zijn familie. Het Horologium werd door Augustus in 9 n.Chr. ingewijd. Als gnomon (naald) diende een 30 meter hoge obelisk die Augustus uit Egypte had laten overkomen. De obelisk stond oorspronkelijk in Heliopolis, stamt uit de uit de 6e eeuw v.Chr. en is gemaakt onder faraoPsammetichus II. Op de obelisk werd een bol geplaatst waarvan de schaduw op een plein viel waar in het travertijnen plaveisel bronzen markeringen waren aangebracht waarop de tijd kon worden afgelezen. De afmetingen van het plein waren 160 bij 75 meter, en daarmee is het Horologium waarschijnlijk de grootste zonnewijzer ooit gebouwd. Op 23 september, de verjaardag van de keizer, reikte de schaduw tot aan het midden van de Ara Pacis, wat symboliseerde dat Augustus altijd al als vredesbrenger was voorbestemd. De zonnewijzer is na de Romeinse tijd verloren gegaan. Door de regelmatige overstromingen van de Tiber, en het daarna achterblijven van lagen slib, steeg het grondniveau door de eeuwen heen een paar meter en bovendien werd het Marsveld in de middeleeuwen de drukst bevolkte wijk van de stad. De obelisk werd in 1748 in delen weer opgegraven. In 1792 werd gerestaureerd en geplaats op Piazza Montecitorio.

 

 

 

De antieke wijdingsinscriptie is bewaard gebleven en luidt:

 

 

IMP CAESAR DIVI F

 

AUGUSTUS

PONTIFEX MAXIMUS

IMP XII COS XI TRIB POT XIV

AEGUPTO IN POTESTATEM

POPULI ROMANI REDACTA

SOLI DONUM DEDIT

Imperator Caesar zoon van een vergoddelijkte

 

Augustus

Pontifex Maximus

12 keer imperator, 11 keer consul, 14 keer (bekleed met) tribunicia potestas.

Egypte onder het gezag

van het Romeinse volk gebracht

heeft hij (deze obelisk) aan de zon geschonken

 

 

 

 

 

Plinius de Oudere vertelt er het volgende over:

 

De tekst van Plinius:

 

De goddelijke Augustus gaf de obelisk op het Marsveld een bijzondere functie door hem de door de zon geprojecteerde schaduw en daarmee de lengte van de dagen en nachten te laten aangeven. Hij liet namelijk een plaveisel aanleggen in overeenstemming met de lengte van de obelisk en wel zo dat midden op de kortste dag van het jaar de schaduw daarmee in lengte samenviel en geleidelijk langs de bronzen strepen die in het plaveisel waren opgenomen dag voor dag korter werd en daarna weer langer. Deze installatie verdient bestudering en is te danken aan het vernuft van de wiskundige Facundus Novius. Hij liet boven op de spits een vergulde bol aanbrengen zodat de schaduw zich op het topje er van zou concentreren. Anders zou de spits een schaduw opwerpen die niet scherp omlijnd was. Men verteld dat hij op dit idee was gekomen door de schaduw van een mensenhoofd. De waarneming volgens deze methode kloppen al dertig jaar niet meer, hetzij dat de baan van de zon zelf is gaan afwijken en door bepaalde veranderingen in de hemel is gewijzigd, hetzij omdat de aarde als geheel enigszins uit haar middelpunt is verschoven, wat, naar ik hoor, ook op andere plaatsen is voorgekomen. Ook kan door plaatselijke aardbevingen alleen de wijzer uit het lood zijn geraakt of is het hele gevaarte door overstromingen van de Tiber verzakt, hoewel men zegt dat de fundamenten diep genoeg in de grond zijn verzonken voor de last die er op rust.

 

 

In 48 BC schrijft Cicero aan Tiro, dat hij een zonnewijzer wilde plaatens in zijn villa in Tusculum, op een later tijdstip zien we dat Romeinen zonnewijzers oprichten in alle mogelijke hoeken van hun villa's en gronden.

 

 

 

De toneelschrijver en dichter Titus Maccius Plautus (250-185 voor Christus) die in het volgende vers aantoont hoe algemeen zonnewijzers geworden waren in Rome tijdens zijn leven.

 

Dat de goden de man laat verrekken die als eerste ontdekte

Hoe de uren te onderscheiden! Verrek ook hem,

die in deze plaats een zonnewijzer opzette,

 

Door mijn dagen zo jammerlijk in stukken te snijden en te hakken.

In kleine porties. Toen ik een jongen was,

was mijn buik, mijn zonnewijzer, een meer zekerder,

Juister, en meer preciezere dan een van hen.

Deze aanwijzer vertelde me wanneer het de juiste tijd was

Om te gaan eten,als ik behoefte had om te eten.

Maar nu ten dage, waarom, zelfs als ik het heb,

kan ik niet aanvallen, tenzij de zon het toestaat.

De stad is zo vol van deze verrekte zonnewijzers,

Dat het grootste deel van zijn bewoners,

Gekromd van de honger, langs de straten kruipen.

 

De Romeinse architect Vitruvius (± 85 — 20 BC ) beschreef rond 22 BC hoe met cirkels en lijnen een zonnewijzer gebouwd kan worden. Hij noemde zijn methode "analemma van de gnomoniek". Bij een bekende geografische breedtegraad kan met Vitruvius’ methode de positie van de Zon aan de hemel op elk moment van de dag en in elk jaargetijde berekend worden. (klik hier om de tekst van Vitrivius te lezen)

 

 

Over de astronomische betekenis die men kan vinden in de architectuur van het Pantheon in Rome, gebouwd door Agrippa in de eerste eeuw voor Christus, bestaat geen twijfel. Maar nu beweren sommige onderzoekers dat het Romeinse gebouw fungeert als een reusachtige zonnewijzer.

 

 

 

 

De donkere middeleeuwen

 

 

In de eerste eeuwen van onze jaartelling, zien we het vrijwel weg vallen van het aantal zonnewijzers, met het verval dat de gehele wetenschap van de Europese middeleeuwse cultuur en economie. Er zijn maar weinig items (meestal archeologisch) die we kunnen vinden. Echter, op dat moment waren er wel twee beroemde landmeters: de Eerbiedwaardige Beda en Higinio gromat (tweede eeuw). Bede (de vroegste Engels historicus) stelde het feit vast dat de uren korter of langer waren afhankelijk van de seizoenen, en dit gegeven vond hij door de bestudering van bestaande wijzerplaten die in het algemeen werden gevonden ingebouwd in oude gebouwen. Over het algemeen zijn ze ook te vinden op stenen ingebouwd in veranda's, ramen en hoeken van gebouwen, en bestaan ​​uit cirkels en halve cirkels, gedeeld door lijnen die uitstralen vanui een gat in het centrum. Het aantal lijnen verschilde aanzienlijk en de ruimten zijn ook van ongelijke grootte. Eerbiedwaardige Bedewordt vermeld zijn volgelingen te hebben geïnstrueerd in de kunst van het vertellen van de tijd door het interpreteren van hun schaduw lengtes.

 

 

De Grieken en Arabieren in de periode na Christus.

 

De 2e-eeuwse Hellenistisch-Egyptische sterrenkundige Claudius Ptolemaeus gebruikte het woord analemma (in zijn gelijknamige boek) voor een sterrenkundige projectiemethode waarbij kubussen en bollen in elkaar worden geprojecteerd als vierkanten en cirkels. Deze methode is onder andere gebruikt bij de bouw van de Hagia Sophia in Constantinopel (532 – 537 n. Chr.). Een analemma is een Griekswoord (ανα λεμμα = opname van boven) . Dit soortzonnewijzer is letterlijk een opname van boven van een cilindrische equatoriale zonnewijzer.

 

 

 

 

Terwijl het christelijke Europa op het moment de werken volgde van de Eerwaarde Beda, (2e eeuw) bleven de Arabieren een veel grote intellectuele activiteit aan de dag leggen, ondanks de vernietiging van de Bibliotheek van Alexandrië. Het is pas in de tiende eeuw dat Europa schuchter begint te kijken naar de uitgebreide compilaties van de oude kennis de Arabieren.

 

De meerderheid van de Arabieren zonnewijzers die zijn bewaard uit de Middeleeuwen zijn gemaakt van marmer of koperen platen. Ze hebben allemaal een indicatie van de richting van de Kaaba in Mekka als gevolg van de religieuze gebod te bidden met het gezicht naar die plaats, ongeacht waar zij zich bevinden.

 

 

Het feodale tijdperk. (vanaf 500 AD)

 

Je moet wachten tot het feodalisme om de verspreiding van zonnewijzers op het Europese continent weer te zien toenemen. Het was de religieuze Benedictijner orde (529 AD) en zijn toewijding om te voldoen aan het schema van bidden, bepaald door de oprichter, die deze monniken aanmoedigden om de bouw van zonnewijzers te bestuderen.

 

Sinds haar oorsprong, wilde de katholieke kerk de heiligen aanroepen op bepaalde tijden van de dag met een gemeenschappelijk gebed. De gnomonica van deze eeuw leidde tot de bouw van veel zonnewijzers, die de canonieke uren en het uur van gebed aangeven. Deze zonnewijzers zijn over het algemeen te vinden op de zuidelijke gevels van kerken en kloosters.

De oudste zonnewijzer in Engeland is opgenomen in het Bewcastle Kruis ca. 800 na Chr. Het kruis van Bewcastle staat nog steeds op zijn originele positie binnen de bescherming van het Romeinse fort. Het is één van de indrukwekkendste monumenten, dat bewaard is gebleven uit de begintijd van het christendom van Noord- Engeland. De schacht van het kruis is 4,4 meter hoog en droeg vroeger een vrijstaand kruis. In zijn oorspronkelijk beschilderde staat moet het zelfs een indrukwekkender gezicht zijn geweest dan het nu is.

 

 

 

 

De wijzerplaat is verdeeld in de vier getijden van eb en vloed, delen van de werkdag zoals gebruikelijk in gebieden die onder invloed van de Vikingen stonden. Het was een maritieme cultuur die het verstrijken van de tijd noteerde volgens de twee hoge en twee lage getijden per dag

 

 

De eerste zonnewijzers aangebracht op de stenen gevels van kerken en kathedralen beginnen in het begin achtste eeuw te verschijnen. In het jaar 1000 ontstonden horizontale zonnewijzers,hiervoor gebruikte men gaten in de gewelven van de kathedralen. Een fraai voorbeeld,weliswaar van latere datum zien we in het zuidelijke transept van de Santa Maria degli Angeli in Rome. Een kerk door Michelangelo ontworpen in een deel van de enorme baden van Diocletanus (3e eeuw na Christus) In de 18e eeuw werd op bevel van Paus Clement de 9e een meridiaan (de noord- zuid merideaan) in de kerk geinstalleerd. In het gewelf werd een gat gemaakt waardoor een zonnestaal (rode pijl) precies op de meridiaan valt om exact twaalf uur.

 

 

 

 

 

 

 

 

In de negende eeuw tijdens het kalifaat van Al Mamoen, wordt de kennis van de astronomie uitgebreid toegepast. Het markeert het begin van een intensieve culturele activiteit,die in de latere eeuwen zou doorgaan met schrijvers als Averroës, Ibn Thabit Qurraa (826-901) en Al-Biruni (973-1048) als voorbeeld.

 

 

De periode na 1000 na Christus

 

 

In de elfde eeuw schreef een Duitse wiskundige (die de Arabische taal kende), een verhandeling over het astrolabium met behoud van de Arabische terminologie. In dit verslag staan enkele aanwijzingen voor zonnewijzer van de herder. De vertaling van twee Arabische manuscripten gnomonica was de meest belangrijke culturele vooruitgang van de tijd op dit gebied.

 

 

De Griekse zonnewijzers zijn overgenomen en verder ontwikkeld door de islamitische kalifaat culturen en de post-renaissance Europeanen. Omdat de Griekse zonnewijzers rechte uur-lijnen hadden, geven zij ongelijke uren aan - ook wel tijdelijke uren - dat varieerde met de seizoenen, omdat elke dag werd verdeeld in twaalf gelijke segmenten, dus uren werden korter in de winter en langer in zomer. Het idee van het gebruik van uren van gelijke tijdsduur gedurende het hele jaar was de innovatie van Abu'l-Hasan Ibn al-Shatir in 1371, op basis van eerdere ontwikkelingen in de driehoeksmeting door Mohammed ibn Jabir al-Harrānī al-Battani (Albategni). Ibn al-Shatir was zich ervan bewust dat "met behulp van een gnomon die evenwijdig staat aan de as van de aarde, men de zonnewijzers uur lijnen kon geven, met gelijke uren op elke dag van het jaar. " Zijn zonnewijzer is de oudste polaire-as zonnewijzer die nog steeds bestaat. Het concept verscheen later in West-europa van ten minste vanaf1446.

 

 

De Renaissance. Vanaf 1300

 

In de dertiende eeuw in Spanje, liet koning van Castilië Alfonso X de Wijze, in de stad Toledo een grote groep christenen, Grieks, Hebreeuws en Arabisch astronomische boeken vertalen in het Latijn, immers veel van de werken over de astronomie zijn geschreven in het Arabisch. Zijn doel was alle Arabische kennis te verspreiden over heel Europa om de culturele achterstand waarin het is ondergedompeld te herstellen. Ook de gnomonica werd ontwikkeld, net als alle wetenschappen.

 

De volgende eeuwen waren de glorie tijd van de Europese zonnewijzer. In de vijftiende eeuw werden in Europa door de openbaarmaking van de Gnomonica, Zonnewijzers met gelijke uren geleidelijk in gebruik genomen.

Het begin van de Renaissance zag een explosie van nieuwe ontwerpen. Giovanni Padovani publiceerde een verhandeling over de zonnewijzer in 1570, waarin hij de instructies gaf voor de vervaardiging van zonnewijzers op de muurschildering (verticaal) en ook van horizontale zonnewijzers. Ook Giuseppe Biancani publiceerde (1620) een verhandeling (Constructio instrumenti advertentie horologia solaria), waarin wordt uitgelegd hoe men een perfecte zonnewijzer kunt maken, met bijbehorende illustraties.

 

De eerste analemmatische zonnewijzer geïnstalleerd in Frankrijk, en waarschijnlijk in de wereld, is in de kerk van Brou, nabij Bourg-en-Bresse, in 1513. Het werd beschreven in 1644 door Vauzelard, die wordt beschouwd als de uitvinder en theoreticus van analemmatische zonnewijzers. Weinig analemmatische zonnewijzers zijn gebouwd vóór de twintigste eeuw (Dijon 1827, Besanon 1902, Montpellier, Avignon)

 

 

De moderne tijd. Vanaf 1750

 

Hoewel in de viertiende eeuw de torenuurwerken voor het eerst werden ontwikkeld, In de achttiende eeuw, beginnen klokken en horloges zonnewijzers te vervangen. Zij hebben het voordeel dat er geen zonnige hemel nodig is. Ze zijn echter vaak onbetrouwbaar en afhankelijk van zonnewijzers om de ware tijd in te stellen, daarom werden de zonnewijzers nog altijd gebruikt om de klokken gelijk te zetten.

 

 

De Franse generaal Lafayette wilde zijn respect en bewondering uitdrukken voor zijn bondgenoot en vriend generaal George Washington tijdens de Amerikaanse revolutie van 1777.

 

Hij kiest als gift een zilveren Explorer zonnewijzer, met de tekst: “Let others talk of storms and showers, I'll only mark your sunny hours

 

 

 

Ook in de Amerikaanse kolonies werden vele zonnewijzers gebouwd, waarvan sommige nog steeds bewaard gebleven.

 

In de tropen heb je een dubbele schijf die de tijd aangeeft. De schijf op het zuiden wordt gebruikt voor een deel van het jaar, n.l. van augustus tot april, en de schijf aan de andere kant op het noorden wordt de rest van het jaar gebruikt. Twee dagen per jaar, wanneer de zon direct boven de plaats passeert, is het uur te zien aan beide zijden.

 

 

 

 

De moderne tijd

 

Ontwerpers van de Taipei 101, aanvankelijk de hoogste wolkenkrabber van het derde millennium , bracht een oude traditie naar voren. De toren, toen de hoogste in de wereld, werd het geopend in Taiwan in 2004, en is meer dan een halve kilometer hoog. Het ontwerp van een aangrenzend park maakt gebruik van de toren als de gnomon voor een grote horizontale zonnewijzer.

 

 

 

De hoofdmast van deSundial Bridge in Redding, Californië is ook een gnomon voor het naastgelegen park.

 

 

 

 

 

Op dit moment, hoewel de nauwkeurigheid van de mechanische klokken de zonnewijzers overtreffen, blijven ze gebouwd worden, vooral als decoratie op gebouwen, monumenten en openbare plaatsen. Ze bestaan uit vele soorten met grote precisie en het zijn vaak prachtige ontwerpen. De steun van de computer bij de berekening en het ontwerp van de zonnewijzer is nu fundamenteel. Als gevolg van deze technologische ondersteuning, ontstaat er in de afgelopen jaren een heropleving van deze oude instrumenten voor het meten van de tijd, maar zoals hierboven vermeld, zijn functie is op dit moment niet meer om precies met de zonnewijzer tijd aan te geven, maar meer als decoratie.

 

 

 

(terug naar webpagina zonnewijzers)

 

 

Historie van de zonnewijzer

 

Door Nico de Pree

 

 

De zonnewijzer is het oudste bekende apparaat voor het meten van de tijd en zo ver bekend, het oudste wetenschappelijke instrument.Het is gebaseerd op het feit dat de schaduw van een object zich verplaatst van de ene kant van het object naar het andere als de zon zich "beweegt" van oost naar west gedurende de dag, en op het feit dat de schaduw langer of korter wordt, naarmate gedurende de dag de zon hoger en vervolgens weer lager aan de hemel staat.

 

 

Het is niet bekend wanneer de zonnewijzer werd uitgevonden, of welke volkeren het uitvonden. Zonnewijzers zijn te vinden in vele oude beschavingen, waaronder de Babylonische, Griekse, Egyptische en Romeinse. Mogelijk zijn de eerste zonnewijzers bij de Sumerians ontstaan ongeveer 5000 voor christus.

 

 

Het eerste apparaat voor het aangeven van de tijd van de dag was waarschijnlijk de gnomon.

 

 

 

Een gnomon is een verticale staf of zuil, waarvan de schaduw op een plat vlak valt, om de hoogte van de zon te bepalen. De lengte van de schaduw verandert in de loop van de dag. Ook verandert de richting van de schaduw. De lengtevan de schaduw die geworpen werd gaf een indicatie van de tijd van de dag. Het woord vindt zijn oorsprong in het Griekse woord γνομον (gnomon) dat aanwijzer betekent.

 

Als de staaf in de richting van de poolas staat, heet het de stijl.

 

 

De wetenschap die zonnewijzers bestudeert uit wetenschappelijk, astronomisch, en artistiek oogpunt is de gnomonica

 

 

Uren in de oudheid

 

In de oudheid gebruikte men vaak markers op basis van de zonsopgang of zonsondergang. Bijvoorbeeld, Italiaanse uren rekenen 24 uur vanaf de laatste zonsondergang tot de volgende; De Babylonische 24 uren worden geteld tussen twee zonsopgangen. Deze uren zijn soms zichtbaar op oude zonnewijzers.

 

 

Ongelijke uur werden ook gebruikt. Ze tellen 12 uur tussen zonsopgang en zonsondergang, of tijdens de nacht tussen zonsondergang en de volgende zonsopgang. De duur ervan variëren van 40 tot 80 minuten, afhankelijk van het moment van het jaar, dat is de reden waarom ze ongelijke uren heten.

 

(Klik hier) voor een nadere uitleg over de verschillende uren, te lezen op wijzerweb.be

 

 

De beschaving in het Midden-Oosten (2500-2000 BC)

 

Het korte stuk is de gnomon (opstaande schaduwgever). In die gnomon is er een gaatje voor de bevestiging van een klein schietlood. Daaronder is er een verticale richtgroef voor de draad van het schietlood.

 

Op het horizontale vlak van het lange balkje staan vijf cirkeltjes als merktekens van een tijdschaal. De afstanden tussen de merktekens verhouden zich als de cijfers 1, 2, 3, 4, 5.

 

 

 

De vroegste zonnewijzers bekend van de archeologische vondsten zijn de obelisken (3500 BC) en de schaduwklokken (1500 BC) gebruikt in de oude Egyptische en Babylonische astronomie.

 

 

Een Egyptische zonnewijzer (schaduwklok) uit de 15e eeuw voor Christus is de oudste bewaard gebleven zonnewijzer die we nu hebben. Het stamt uit de periode van Toetmozes 3, en bevind zich nu in een museum in Berlijn. Het was gemaakt van een rechte basis van groene schist met een dwarsbalk aan de ene kant. De traverse werd geplaatst aan de oostkant van de basis in de ochtend en de westkant in de middag. Zo ontstond een T-vormige zonnewijzer De schaduw van de dwarsbalk op de basis bleek zes delen aan te geven. Waarschijnlijk nam de Egyptische farao (Toetmozes 3) een schaduwklok mee wanneer hij ten strijde trok. ( Schist is een gesteente waarvan de samenstellende mineralen zich in min of meer evenwijdige lagen hebben gevoegd als gevolg van metamorfische processen.)

 

Babyloniërs en Egyptenaren bouwen obelisken (slanke, spits toelopende vierkante monumenten). Hun bewegende schaduwen vormden een soort zonnewijzer, die de burgers in staat stelde om de dag te verdelen in twee delen, doordat alleen het middaguur werd aangeven. Ze toonde ook de langste en kortste dag van het jaar aan, wanneer de schaduw 's middags het langste of kortste was. Later zou met merken rond de basis van het monument meer tijd verdelingen worden aangegeven. Na verloop van tijd bouwden de Egyptenaren draagbare zonnewijzers, een kleinere versie van de obelisken

 

In ongeveer 700 voor Christus, wordt in het Oude Testament een zonnewijzer beschreven - de "zonnewijzer van Achaz 'genoemd.

 

In Jesaja 38 vers 7 en 8 lezen we "En dit zal u een teken zijn van den HEERE, dat de HEERE het woord, dat Hij gesproken heeft, doen zal: Zie, Ik zal de schaduw der graden, die met de zon in de graden van de Achaz' zonnewijzer nederwaarts gegaan is, tien graden achterwaarts doen keren. Dies is de zon tien graden teruggekeerd, in de graden, die zij nederwaarts gegaan was."En evenzo wordt dit beschreven in II Koningen 20:9 .

 

Als we de beschrijving lezen van de Achaz zonnewijzer dan valt ons op dat er gesproken wordt over ma'aloth wat vertaalt kan worden met "treden", "graden", daarnaast lezen we dat de schaduw tien ma’aloth naar beneden is gegaan. Aan de hand van deze korte beschrijving kunnen we concluderen dat het om een zogeheten "Egyptische schaduwklok" gaat en niet om een Griekse of Babylonische, bij welke de schaduw om de "gnomon" heen draait. Hier wordt gesproken dat de schaduw omlaag gaat, wat het geval was bij Egyptische schaduwklokken, vaak werden deze gebouwd in de vorm van trappen.

 

 

 

 

De Griekse beschaving. (Vanaf 500 BC)

 

Herodotus (484-425 BC) verklaarde in zijn geschriften dat zonnewijzers ontstaan zijn bij de oude Chaldeeërs en Sumeriërs, die in Babylonië leefde tussen de Tigris en de Eufraat, rivieren in de vroegere regio Mesopotamië en nu bekend als Irak. Ze plaatsten verticale staven, die schaduwen op hun gebouwen wierpen, om de datum en tijd aan te geven. Zij waren de eerste mensen die de dag verdeelden in 24 uur, de week in zeven dagen, en het jaar in twaalf maanden. (voorheen hadden ze al de hemel verdeeld te in de 12 tekens van de dierenriem.)

 

Aristophanes (446 – 386 BC) was een Grieks dichter. Hij was een rijke

 

 

 

grondbezitter met een ruime culturele belangstelling en had nauw contact met de Atheense intellectuelen. Hij was bevriend met Socrates

 

In, ecclesiazusae, lezen wij dat iemand zegt, dat hij de tijd om het avondmaal te gebruiken bepaalt aan de hand van een gnomon’s schaduw. Blijkbaar was de zonnewijzer algemeen in gebruik.

 

In Aristophanes spelen: "Vergadering van vrouwen", vraagt Praxagora aan ​​haar man om terug te keren als zijn schaduw een lengte heeft van 10 voet (3,0 m).

 

Erg nauwkeurig was dit allemaal niet. Het is verwonderlijk, dat men aanvankelijk alleen de lengte van de schaduw bepaalde en niet de indeling die te maken is door de beweging van de zon, van oost naar west, de zonnewijzer zoals wij die kennen.

 

 

 

Herodutus, zegt dat de Grieken hun kennis van de zonnewijzer weer van de Babyloniërs hebben overgenomen. De romeinen nemen het weer over van de grieken.

 

 

 

Zonnewijzers worden verondersteld te zijn ingevoerd in Griekenland door Anaximander van Milete , ca. 560 BC. Anaximander was de tweede grote natuurfilosoof uit de stad Milete in Ionië, het huidige westelijke deel van Turkije.

 

De Grieken ontwikkelen en bouwen complexe zonnewijzers met behulp van hun kennis van de meetkunde:

Zij introduceerden trigonometrie in de wiskunde, het levert het gereedschap voor het plotten van uur lijnen met eenvoudige rekenkundige berekeningen in plaats van de meer omslachtige geometrische constructies.Deze methode zal later worden geëxploiteerd door de Arabieren en later door de Europese zonnewijzer makers.

 

 

 

De vroegste beschrijving van een zonnewijzer komt van Berossus, een Babylonische priester en auteur,die leefde ongeveer 340 BC.Zijn zonnewijzer is een kubusvormige blok, waarin een halve bol is uitgesneden.Een kleine kraal op een naald is in het centrum vast gemaakt.Gedurende de dag beweegt de schaduw van de kraal in een cirkelvormige boog, die is verdeeld in twaalf gelijke delen.Omdat de lengte van de dag varieert met de seizoenen, variëren deze uren ook in lengte van seizoen tot seizoen en zijn dus bekend als "tijdelijke uren." ("gelijke uren" werden pas vastgesteld in ongeveer 1300 na Christus, toen mechanische klokken werden uitgevonden.) Vier van deze zonnewijzers werden ontdekt in Italië: een in Tivoli in 1746, een andere op Castel Nuovo in 1751, een andere op Rignano in 1751, en ​​de vierde in Pompeii in 1762

 

Apollonius van Perga (ongeveer 262–190 BC.) was een Grieksmeetkundige en astronoom, die beroemd is vanwege zijn werken over kegelsnedenWe gebruiken nog steeds de namen die Appolonius gaf aan respectievelijk de ellips, parabool en hyperbool. Hij ontwikkelt het hemicyclium door gebruik te maken van het oppervlakte van een kegelsnede waarop de uren lijnen zijn aangebracht; hetgeen zorgde voor een grote toename van de nauwkeurigheid van de zonnewijzer

 

 

 

 

The hemicyclium of Berossos

Aristarchus van Samos (310 - 230 BC.) stelde dat de aarde om de zon draaide en de aarde in een jaar en om zijn eigen as in een dag. Van hem wordt ook gezegd dat hij een zonnewijzer genaamd ‘’hemispherium heeft ontworpen. Een hemisphere werd in steen uitgehouwen, vervolgens werd er een verticale gnomon in het centrum gezet. De tip van de naald volgde in om gekeerde volgorde , het pad van de zon in de hemel. Verticale markeringen op het oppervlak verdeelde de daglicht periode in twaalf tijdelijke uren, en horizontale lijnen gaven de seizoenen of maanden aan.

 

 

 

 

 

The hemispherium van Aristarchus

 

Een vergelijkbare zonnewijzer werd gevonden aan de basis van de naald van Cleopatra in Alexandrie in 1852. Het bevindt zich nu in het Britisch museum.

 

 

 

De Grieken gebruikten ook een zonnewijzer genaamd de "pelekinon" waar de gnomon of verticale staaf werd geplaatst op een horizontale of half bolvormige oppervlak. De naam pelekinon is den naam van een dubbelbladige bijl, hetgeen zeer toepasselijk is als men de lijnen op de zonnewijzer ziet. Een perpendiculaire staaf fungeerde als gnomon, en de oppervlakte van de zonnewijzer vertoonde niet alleen de seizoen lijnen maar ook de uurlijnen. Deze zonnewijzer kon zowel verticaal als horizontaal worden getekend. Ze bouwden deze meer nauwkeurige zonnewijzer op basis van hun kennis van de geometrie.

 

 

 

 

DeToren van de winden of het Horologium van Andronicus van Cyrrhus, is een monument in Athene uit de 2e of 1e eeuw v.Chr. dat de tijd en de windrichting aangaf.

 

De Toren van de winden staat in het oude Athene in het centrum van de stad, aan de rand van de Romeinse Agora en waar nu de wijk Plaka is. Andronicus van Cyrrhus wordt door Vitruvius (I, 6, 4-5) en Varro (De re rustica, III, 5, 17) als de ontwerper genoemd. Hij had al eerder een beroemde zonnewijzer gemaakt voor de tempel van Poseidon op het eiland Tinos, zoals uit een inscriptie bekend is. De toren is een achthoekig bouwwerk van 12 m. hoog en 3,2 m. lang aan iedere zijde. Hij staat op een basis van drie treden en heeft twee ingangen waarvoor kleine portieken stonden met ieder twee Korinthische zuilen. Het gebouw is gemaakt van Pentelisch marmer. Boven op ieder van de acht kanten is in reliëf de god van een wind afgebeeld, elk precies op de richting waaruit hij waait. De windgoden, die gevleugeld en bijna horizontaal door de lucht vliegend zijn afgebeeld, zijn Boreas (noordenwind), Kaikias (noordoostenwind), Apeliotes (oostenwind), Euros (zuidoostenwind), Notos (zuidenwind), Lips (zuidwestenwind), Zephyros (westenwind) en Skiron (noordwestenwind). Uit de beschrijving van Vitruvius weten we dat er bovenop een marmeren kegel stond met een bronzen Triton die als een grote windvaan werkte en met een staf in zijn hand naar een van de acht goden wees om de heersende windrichting aan te geven. In het gebouw bevond zich een enorme waterklok. Aan de achterkant van het gebouw is een groot halfrond waterreservoir gebouwd, waaruit het water stroomde dat het raderwerk van de klok aandreef. Het gebouw diende ook aan de buitenkant als uurwerk. Doordat de voorkant precies op het noorden is gericht, is door de val van de schaduw op de zijkanten precies te zien welk deel van de dag het is. Voor de preciezere tijd droeg elk van de zijkanten een grote zonnewijzer

 

 

 

 

 

 

Van de wiskundige en astronoom Theodosius van Bithynië (ca. 160-100 BC) schreef een boek over de geometrie van de over de geometrie van de bol.Hij werd geboren in Tripolis in Bithynia. Vitrivius schrijft over hem dat hij een universele zonnewijzer heeft uitgevonden die overal op de aarde kan worden gebruikt..

 

 

De Romeinse beschaving. (300 BC)

 

De Romeinen waren een oorlogszuchtig volk, waarbij eerlijkheid, trouw en dapperheid op de voorgrond stonden. Zij kenden nauwelijks kunstvormen, behalve bustes van de voorouders, tot zij Sicilië binnen vielen (264 BC), en daar de Griekse beelden, schilderingen e.d. ontdekten. Ook de wetenschap was bij de Romeinen nauwelijks ontwikkeld. Nadat ze andere volkeren hadden overwonnen, roofden ze alle kunst hier weg en evenzo de wetenschappers, door hen o.a. als slaaf mee naar Rome te nemen.

 

De eerste zonnewijzer werd opgericht in Rome in het jaar 290 BC. Hij wordt buit gemaakt op de de Samnieten en opgesteld voor deTempel van Quirinus, gebouwd als dank voor de overwinning op de Samnieten. De Samnieten waren een stam die ten zuidoosten van Rome woonden, hoe zij aan de zonnewijzer zijn gekomen is onduidelijk, waarschijnlijk verkregen zij hem door handel met de Grieken. De Grieken hadden immers koloniën in het zuiden van het huidige Italië, die de Romeinen nog niet overwonnen hadden.

 

Een andere zonnewijzer werd naar Rome gebracht door Valerius Messala vanuit Catania(Sicilië) in 261 voor Christus, maar het was pas in 164 BC, voor zover wij weten, dat een zonnewijzer in Rome zelf werd vervaardigd en opgericht. Dit in opdracht van Q. Marcius Phillipus.

 

De Romeinen bouwden een zeer grote zonnewijzer in 10 voor Christus, het Horlogium Augusti.

 

Het Horlogium van Augustus was een zonnewijzer van enorme afmetingen gebouwd in opdracht van keizerAugustus en door hem gewijd aan de zon in het oude Rome. De horizontale zonnewijzer was gebouwd op het Marsveld in Rome op de plaats waar Augustus na het beëindigen van de burgeroorlogen een aantal werken liet uitvoeren om zichzelf voor de door hem verkregen Pax Romana te laten eren. Naast het Horologium verschenen hier de Ara Pacis, een openbaar park en een mausoleum voor de keizer en zijn familie. Het Horologium werd door Augustus in 9 n.Chr. ingewijd. Als gnomon (naald) diende een 30 meter hoge obelisk die Augustus uit Egypte had laten overkomen. De obelisk stond oorspronkelijk in Heliopolis, stamt uit de uit de 6e eeuw v.Chr. en is gemaakt onder faraoPsammetichus II. Op de obelisk werd een bol geplaatst waarvan de schaduw op een plein viel waar in het travertijnen plaveisel bronzen markeringen waren aangebracht waarop de tijd kon worden afgelezen. De afmetingen van het plein waren 160 bij 75 meter, en daarmee is het Horologium waarschijnlijk de grootste zonnewijzer ooit gebouwd. Op 23 september, de verjaardag van de keizer, reikte de schaduw tot aan het midden van de Ara Pacis, wat symboliseerde dat Augustus altijd al als vredesbrenger was voorbestemd. De zonnewijzer is na de Romeinse tijd verloren gegaan. Door de regelmatige overstromingen van de Tiber, en het daarna achterblijven van lagen slib, steeg het grondniveau door de eeuwen heen een paar meter en bovendien werd het Marsveld in de middeleeuwen de drukst bevolkte wijk van de stad. De obelisk werd in 1748 in delen weer opgegraven. In 1792 werd gerestaureerd en geplaats op Piazza Montecitorio.

 

 

 

De antieke wijdingsinscriptie is bewaard gebleven en luidt:

 

 

IMP CAESAR DIVI F

 

AUGUSTUS

PONTIFEX MAXIMUS

IMP XII COS XI TRIB POT XIV

AEGUPTO IN POTESTATEM

POPULI ROMANI REDACTA

SOLI DONUM DEDIT

Imperator Caesar zoon van een vergoddelijkte

 

Augustus

Pontifex Maximus

12 keer imperator, 11 keer consul, 14 keer (bekleed met) tribunicia potestas.

Egypte onder het gezag

van het Romeinse volk gebracht

heeft hij (deze obelisk) aan de zon geschonken

 

 

 

 

 

Plinius de Oudere vertelt er het volgende over:

 

De tekst van Plinius:

 

De goddelijke Augustus gaf de obelisk op het Marsveld een bijzondere functie door hem de door de zon geprojecteerde schaduw en daarmee de lengte van de dagen en nachten te laten aangeven. Hij liet namelijk een plaveisel aanleggen in overeenstemming met de lengte van de obelisk en wel zo dat midden op de kortste dag van het jaar de schaduw daarmee in lengte samenviel en geleidelijk langs de bronzen strepen die in het plaveisel waren opgenomen dag voor dag korter werd en daarna weer langer. Deze installatie verdient bestudering en is te danken aan het vernuft van de wiskundige Facundus Novius. Hij liet boven op de spits een vergulde bol aanbrengen zodat de schaduw zich op het topje er van zou concentreren. Anders zou de spits een schaduw opwerpen die niet scherp omlijnd was. Men verteld dat hij op dit idee was gekomen door de schaduw van een mensenhoofd. De waarneming volgens deze methode kloppen al dertig jaar niet meer, hetzij dat de baan van de zon zelf is gaan afwijken en door bepaalde veranderingen in de hemel is gewijzigd, hetzij omdat de aarde als geheel enigszins uit haar middelpunt is verschoven, wat, naar ik hoor, ook op andere plaatsen is voorgekomen. Ook kan door plaatselijke aardbevingen alleen de wijzer uit het lood zijn geraakt of is het hele gevaarte door overstromingen van de Tiber verzakt, hoewel men zegt dat de fundamenten diep genoeg in de grond zijn verzonken voor de last die er op rust.

 

 

In 48 BC schrijft Cicero aan Tiro, dat hij een zonnewijzer wilde plaatens in zijn villa in Tusculum, op een later tijdstip zien we dat Romeinen zonnewijzers oprichten in alle mogelijke hoeken van hun villa's en gronden.

 

 

 

De toneelschrijver en dichter Titus Maccius Plautus (250-185 voor Christus) die in het volgende vers aantoont hoe algemeen zonnewijzers geworden waren in Rome tijdens zijn leven.

 

Dat de goden de man laat verrekken die als eerste ontdekte

Hoe de uren te onderscheiden! Verrek ook hem,

die in deze plaats een zonnewijzer opzette,

 

Door mijn dagen zo jammerlijk in stukken te snijden en te hakken.

In kleine porties. Toen ik een jongen was,

was mijn buik, mijn zonnewijzer, een meer zekerder,

Juister, en meer preciezere dan een van hen.

Deze aanwijzer vertelde me wanneer het de juiste tijd was

Om te gaan eten,als ik behoefte had om te eten.

Maar nu ten dage, waarom, zelfs als ik het heb,

kan ik niet aanvallen, tenzij de zon het toestaat.

De stad is zo vol van deze verrekte zonnewijzers,

Dat het grootste deel van zijn bewoners,

Gekromd van de honger, langs de straten kruipen.

 

De Romeinse architect Vitruvius (± 85 — 20 BC ) beschreef rond 22 BC hoe met cirkels en lijnen een zonnewijzer gebouwd kan worden. Hij noemde zijn methode "analemma van de gnomoniek". Bij een bekende geografische breedtegraad kan met Vitruvius’ methode de positie van de Zon aan de hemel op elk moment van de dag en in elk jaargetijde berekend worden. (klik hier om de tekst van Vitrivius te lezen)

 

 

Over de astronomische betekenis die men kan vinden in de architectuur van het Pantheon in Rome, gebouwd door Agrippa in de eerste eeuw voor Christus, bestaat geen twijfel. Maar nu beweren sommige onderzoekers dat het Romeinse gebouw fungeert als een reusachtige zonnewijzer.

 

 

 

 

De donkere middeleeuwen

 

 

In de eerste eeuwen van onze jaartelling, zien we het vrijwel weg vallen van het aantal zonnewijzers, met het verval dat de gehele wetenschap van de Europese middeleeuwse cultuur en economie. Er zijn maar weinig items (meestal archeologisch) die we kunnen vinden. Echter, op dat moment waren er wel twee beroemde landmeters: de Eerbiedwaardige Beda en Higinio gromat (tweede eeuw). Bede (de vroegste Engels historicus) stelde het feit vast dat de uren korter of langer waren afhankelijk van de seizoenen, en dit gegeven vond hij door de bestudering van bestaande wijzerplaten die in het algemeen werden gevonden ingebouwd in oude gebouwen. Over het algemeen zijn ze ook te vinden op stenen ingebouwd in veranda's, ramen en hoeken van gebouwen, en bestaan ​​uit cirkels en halve cirkels, gedeeld door lijnen die uitstralen vanui een gat in het centrum. Het aantal lijnen verschilde aanzienlijk en de ruimten zijn ook van ongelijke grootte. Eerbiedwaardige Bedewordt vermeld zijn volgelingen te hebben geïnstrueerd in de kunst van het vertellen van de tijd door het interpreteren van hun schaduw lengtes.

 

 

De Grieken en Arabieren in de periode na Christus.

 

De 2e-eeuwse Hellenistisch-Egyptische sterrenkundige Claudius Ptolemaeus gebruikte het woord analemma (in zijn gelijknamige boek) voor een sterrenkundige projectiemethode waarbij kubussen en bollen in elkaar worden geprojecteerd als vierkanten en cirkels. Deze methode is onder andere gebruikt bij de bouw van de Hagia Sophia in Constantinopel (532 – 537 n. Chr.). Een analemma is een Griekswoord (ανα λεμμα = opname van boven) . Dit soortzonnewijzer is letterlijk een opname van boven van een cilindrische equatoriale zonnewijzer.

 

 

 

 

Terwijl het christelijke Europa op het moment de werken volgde van de Eerwaarde Beda, (2e eeuw) bleven de Arabieren een veel grote intellectuele activiteit aan de dag leggen, ondanks de vernietiging van de Bibliotheek van Alexandrië. Het is pas in de tiende eeuw dat Europa schuchter begint te kijken naar de uitgebreide compilaties van de oude kennis de Arabieren.

 

De meerderheid van de Arabieren zonnewijzers die zijn bewaard uit de Middeleeuwen zijn gemaakt van marmer of koperen platen. Ze hebben allemaal een indicatie van de richting van de Kaaba in Mekka als gevolg van de religieuze gebod te bidden met het gezicht naar die plaats, ongeacht waar zij zich bevinden.

 

 

Het feodale tijdperk. (vanaf 500 AD)

 

Je moet wachten tot het feodalisme om de verspreiding van zonnewijzers op het Europese continent weer te zien toenemen. Het was de religieuze Benedictijner orde (529 AD) en zijn toewijding om te voldoen aan het schema van bidden, bepaald door de oprichter, die deze monniken aanmoedigden om de bouw van zonnewijzers te bestuderen.

 

Sinds haar oorsprong, wilde de katholieke kerk de heiligen aanroepen op bepaalde tijden van de dag met een gemeenschappelijk gebed. De gnomonica van deze eeuw leidde tot de bouw van veel zonnewijzers, die de canonieke uren en het uur van gebed aangeven. Deze zonnewijzers zijn over het algemeen te vinden op de zuidelijke gevels van kerken en kloosters.

De oudste zonnewijzer in Engeland is opgenomen in het Bewcastle Kruis ca. 800 na Chr. Het kruis van Bewcastle staat nog steeds op zijn originele positie binnen de bescherming van het Romeinse fort. Het is één van de indrukwekkendste monumenten, dat bewaard is gebleven uit de begintijd van het christendom van Noord- Engeland. De schacht van het kruis is 4,4 meter hoog en droeg vroeger een vrijstaand kruis. In zijn oorspronkelijk beschilderde staat moet het zelfs een indrukwekkender gezicht zijn geweest dan het nu is.

 

 

 

 

De wijzerplaat is verdeeld in de vier getijden van eb en vloed, delen van de werkdag zoals gebruikelijk in gebieden die onder invloed van de Vikingen stonden. Het was een maritieme cultuur die het verstrijken van de tijd noteerde volgens de twee hoge en twee lage getijden per dag

 

 

De eerste zonnewijzers aangebracht op de stenen gevels van kerken en kathedralen beginnen in het begin achtste eeuw te verschijnen. In het jaar 1000 ontstonden horizontale zonnewijzers,hiervoor gebruikte men gaten in de gewelven van de kathedralen. Een fraai voorbeeld,weliswaar van latere datum zien we in het zuidelijke transept van de Santa Maria degli Angeli in Rome. Een kerk door Michelangelo ontworpen in een deel van de enorme baden van Diocletanus (3e eeuw na Christus) In de 18e eeuw werd op bevel van Paus Clement de 9e een meridiaan (de noord- zuid merideaan) in de kerk geinstalleerd. In het gewelf werd een gat gemaakt waardoor een zonnestaal (rode pijl) precies op de meridiaan valt om exact twaalf uur.

 

 

 

 

 

 

 

 

In de negende eeuw tijdens het kalifaat van Al Mamoen, wordt de kennis van de astronomie uitgebreid toegepast. Het markeert het begin van een intensieve culturele activiteit,die in de latere eeuwen zou doorgaan met schrijvers als Averroës, Ibn Thabit Qurraa (826-901) en Al-Biruni (973-1048) als voorbeeld.

 

 

De periode na 1000 na Christus

 

 

In de elfde eeuw schreef een Duitse wiskundige (die de Arabische taal kende), een verhandeling over het astrolabium met behoud van de Arabische terminologie. In dit verslag staan enkele aanwijzingen voor zonnewijzer van de herder. De vertaling van twee Arabische manuscripten gnomonica was de meest belangrijke culturele vooruitgang van de tijd op dit gebied.

 

 

De Griekse zonnewijzers zijn overgenomen en verder ontwikkeld door de islamitische kalifaat culturen en de post-renaissance Europeanen. Omdat de Griekse zonnewijzers rechte uur-lijnen hadden, geven zij ongelijke uren aan - ook wel tijdelijke uren - dat varieerde met de seizoenen, omdat elke dag werd verdeeld in twaalf gelijke segmenten, dus uren werden korter in de winter en langer in zomer. Het idee van het gebruik van uren van gelijke tijdsduur gedurende het hele jaar was de innovatie van Abu'l-Hasan Ibn al-Shatir in 1371, op basis van eerdere ontwikkelingen in de driehoeksmeting door Mohammed ibn Jabir al-Harrānī al-Battani (Albategni). Ibn al-Shatir was zich ervan bewust dat "met behulp van een gnomon die evenwijdig staat aan de as van de aarde, men de zonnewijzers uur lijnen kon geven, met gelijke uren op elke dag van het jaar. " Zijn zonnewijzer is de oudste polaire-as zonnewijzer die nog steeds bestaat. Het concept verscheen later in West-europa van ten minste vanaf1446.

 

 

De Renaissance. Vanaf 1300

 

In de dertiende eeuw in Spanje, liet koning van Castilië Alfonso X de Wijze, in de stad Toledo een grote groep christenen, Grieks, Hebreeuws en Arabisch astronomische boeken vertalen in het Latijn, immers veel van de werken over de astronomie zijn geschreven in het Arabisch. Zijn doel was alle Arabische kennis te verspreiden over heel Europa om de culturele achterstand waarin het is ondergedompeld te herstellen. Ook de gnomonica werd ontwikkeld, net als alle wetenschappen.

 

De volgende eeuwen waren de glorie tijd van de Europese zonnewijzer. In de vijftiende eeuw werden in Europa door de openbaarmaking van de Gnomonica, Zonnewijzers met gelijke uren geleidelijk in gebruik genomen.

Het begin van de Renaissance zag een explosie van nieuwe ontwerpen. Giovanni Padovani publiceerde een verhandeling over de zonnewijzer in 1570, waarin hij de instructies gaf voor de vervaardiging van zonnewijzers op de muurschildering (verticaal) en ook van horizontale zonnewijzers. Ook Giuseppe Biancani publiceerde (1620) een verhandeling (Constructio instrumenti advertentie horologia solaria), waarin wordt uitgelegd hoe men een perfecte zonnewijzer kunt maken, met bijbehorende illustraties.

 

De eerste analemmatische zonnewijzer geïnstalleerd in Frankrijk, en waarschijnlijk in de wereld, is in de kerk van Brou, nabij Bourg-en-Bresse, in 1513. Het werd beschreven in 1644 door Vauzelard, die wordt beschouwd als de uitvinder en theoreticus van analemmatische zonnewijzers. Weinig analemmatische zonnewijzers zijn gebouwd vóór de twintigste eeuw (Dijon 1827, Besanon 1902, Montpellier, Avignon)

 

 

De moderne tijd. Vanaf 1750

 

Hoewel in de viertiende eeuw de torenuurwerken voor het eerst werden ontwikkeld, In de achttiende eeuw, beginnen klokken en horloges zonnewijzers te vervangen. Zij hebben het voordeel dat er geen zonnige hemel nodig is. Ze zijn echter vaak onbetrouwbaar en afhankelijk van zonnewijzers om de ware tijd in te stellen, daarom werden de zonnewijzers nog altijd gebruikt om de klokken gelijk te zetten.

 

 

De Franse generaal Lafayette wilde zijn respect en bewondering uitdrukken voor zijn bondgenoot en vriend generaal George Washington tijdens de Amerikaanse revolutie van 1777.

 

Hij kiest als gift een zilveren Explorer zonnewijzer, met de tekst: “Let others talk of storms and showers, I'll only mark your sunny hours

 

 

 

Ook in de Amerikaanse kolonies werden vele zonnewijzers gebouwd, waarvan sommige nog steeds bewaard gebleven.

 

In de tropen heb je een dubbele schijf die de tijd aangeeft. De schijf op het zuiden wordt gebruikt voor een deel van het jaar, n.l. van augustus tot april, en de schijf aan de andere kant op het noorden wordt de rest van het jaar gebruikt. Twee dagen per jaar, wanneer de zon direct boven de plaats passeert, is het uur te zien aan beide zijden.

 

 

 

 

De moderne tijd

 

Ontwerpers van de Taipei 101, aanvankelijk de hoogste wolkenkrabber van het derde millennium , bracht een oude traditie naar voren. De toren, toen de hoogste in de wereld, werd het geopend in Taiwan in 2004, en is meer dan een halve kilometer hoog. Het ontwerp van een aangrenzend park maakt gebruik van de toren als de gnomon voor een grote horizontale zonnewijzer.

 

 

 

De hoofdmast van deSundial Bridge in Redding, Californië is ook een gnomon voor het naastgelegen park.

 

 

 

 

 

Op dit moment, hoewel de nauwkeurigheid van de mechanische klokken de zonnewijzers overtreffen, blijven ze gebouwd worden, vooral als decoratie op gebouwen, monumenten en openbare plaatsen. Ze bestaan uit vele soorten met grote precisie en het zijn vaak prachtige ontwerpen. De steun van de computer bij de berekening en het ontwerp van de zonnewijzer is nu fundamenteel. Als gevolg van deze technologische ondersteuning, ontstaat er in de afgelopen jaren een heropleving van deze oude instrumenten voor het meten van de tijd, maar zoals hierboven vermeld, zijn functie is op dit moment niet meer om precies met de zonnewijzer tijd aan te geven, maar meer als decoratie.