(terug naar website Torenuurwerken)

 

 

Het uurwerk van ±1570 van de Abdijkerk te Thorn,

      het voormalig Hoogadelijk en Wereldlijk Stift en Vorstendom.

 

                                                                                          Door:  Ing. Walther Brouns Beesel

                                                                                                         

Inleiding:

 

Het begon voor ondergetekende in 1994 met een vraag met De Stichting Abdijkerk om het oude uurwerk van de Abdij te mogen fotograferen en mogelijk vast te stellen welk uurwerk destijds uit de toren werd verweiderd bij de restauratie van deze toren. Mij was bekend, dat er een oud uurwerk dienst deed in mijn jeugd ±1947. Ik was toen lid van het jongenskoor onder leiding van Lambert Tonnaer, zoon van de oude koster Tonnaer. De oude koster woonde indertijd in de prachtige woning op de hoek Vinkenstraat/Wijngaard, een voormalige kanunnikenhuis op nr.12 (1773).

In 1947 liet deze oude koster, H.Tonnaer, de Gemeente Thorn en het Kerkbestuur weten, dat hij de klokken niet meer kon luidden en het uurwerk niet meer kon verzorgen en opwinden:

Jan Parren, een jeugdvriend weet zich hetzelfde te herinneren, en bovendien dat er stenen gewichten naast het buiten gebruik gestelde uurwerk stonden, voorzien van met lood ingegoten haken, waarop de schilders hun verf roerden en mengden.

De koster Tonnaer luidde de klokken en draaide het uurwerk dagelijks op tot 1947.

Tijdens de restauratie van de toren werd het uurwerk eerst buiten gebruik gesteld, opgeslagen en vervolgens boven in de toren in weer en wind opgeslagen. Hierna heeft de oude heer Saas nog jaren het luiden van de klokken verzorgd.

 

Bij de laatste restauratie in de 1973 is het uit elkaar gehaald en op geslagen

 

 

 

 

Foto: Walther Brouns luchtopname kerk met overblijfselen van de abdij links het paleis lag links tegen de kerk.

 

De geschiedenis van de abdijkerk van Thorn.

(Van de Site van Thorn: WWW.Thorn.NL)

Stichting.
Tegen het einde van de 10e eeuw stichtte een zekere graaf Ansfried een abdij te Thorn. Ansfried was afkomstig uit een aanzienlijk geslacht, dat stamde uit het rivierengebied van Maas, Waal en Lek. Zijn vrouw Hereswint of Hilsondis stond Ansfried bij de stichting terzijde. Ansfried werd later, in 995, bisschop van Utrecht.

Stichtte Ansfried een benedictinessenklooster, in de loop van de twaalfde eeuw ontwikkelde zich het klooster tot een wereldlijk stift. Dit is een kloostergemeenschap voor dames, echter zonder de strenge regelgeving van een reguliere orde. Op zijn hoogtepunt werd het stift bewoond door twintig dames of kanunnikessen. Vier, later zes kanunniken verrichtten liturgische taken. De kanunnikessen en kanunniken vormden samen het kapittel, dat het geestelijke en wereldlijke bestuur uitoefende.
De kanunnikessen vertoefden in een groot kloostercomplex, waarvan praktisch alleen de abdijkerk nog bestaat. Tot in de twaalfde eeuw heeft dit gebouw een romaanse uitmonstering gehad. Van het oorspronkelijke bouwwerk rest ons nog de westbouw. Tegen het midden van de dertiende eeuw begon men het romaanse gebouw te vervangen door een kerk in de gotische stijl. Men begon met het koor. In 1268 was de bouw reeds zover gevorderd dat vijf altaren konden worden ingewijd door de hulpbisschop van Luik, Hendrik.

Na enige onderbreking werd in de veertiende eeuw de bouw hervat en ontstonden het schip, de kapittelzaal en de school voor de koorknapen. De crypte onder het priesterkoor dateert waarschijnlijk van de veertiende eeuw. Deze is een bijzonderheid in Nederland: In de dertiende en veertiende eeuw was het bouwen van krochten niet meer in de mode. De reden dat men in Thorn toch een koorcrypte heeft gebouwd, is waarschijnlijk gelegen in het feit dat de oudste kerk reeds een dergelijke ruimte had. Hierin waren de lichamen van Hereswint en Benedicta, eerste abdis en dochter van Hereswint en Ansfried, begraven.

In de loop van de vijftiende eeuw werden tegen de zijbeuken van het schip kapellen gebouwd, zodat aan noord- en zuidzijde een nieuwe gevel ontstond. Opmerkelijk bij al deze nieuwbouw is dat de oude romaanse westbouw is gehandhaafd. Pas tegen het einde van de achttiende eeuw vond er weer een grote bouwactiviteit plaats. Tussen 1780 en 1788 werd het interieur grondig gewijzigd: Alle romaanse en gotische elementen werden verwijderd; wanden werden voorzien van neoclassicistische pilasters en lijsten; door de gehele kerk werd een nieuwe marmeren vloer gelegd en het gebouw werd van binnen helemaal wit geschilderd. De bekroning van het werk in de kerk vormde de opstelling van een nieuw hoogaltaar (1785-1786), dat door de stiftdames werd gekocht uit de inboedel van het in 1783 opgeheven kartuizerklooster te Roermond.

In 1797, na de inval van de Fransen, werd het stift Thorn opgeheven en de abdijkerk tot staatseigendom verklaard. Nadat de vroegere parochiekerk, die ten noorden van de abdijkerk stond, was afgebroken, werd de abdijkerk parochiekerk. Ook de abdijgebouwen rondom de abdijkerk werden in de Franse tijd (1794-1814) gesloopt.

In de periode 1863-1872 werd het laatste hoofdstuk van de bouwgeschiedenis geschreven. Architect P.J.H. Cuypers bouwde op het oude westwerk een forse toren in laatgotische Brabantse stijl.

 

 

Het uurwerk zoals het gevonden werd:

 

Hieronder enkele foto’s, zoals het uurwerk werd aangetroffen onder het schuurtje in de Wal nr.12  

Het uurwerk bestaat uit een gaand- en een slagwerk en is in het verleden twee stenen gewichten voorzien geweest, die zijn er niet meer.

Jaren heeft het bij Bèr Wolfhagen in de kelder gelegen, wat iedereen bijna vergeten had!

De zes stijlen, waartussen het raderwerk

gemonteerd wordt. Duidelijk zijn te zien de vierkante lageringen, die in die tijd werden gebruikt voorzien van veel dierlijk vet. Het zijn ruw gesmede onderdelen. Mogelijk, dat bij schoonmaak actie merktekens of initialen te vinden zijn van de maker of reparaties.

Hier onder de beide frames, waar tussen de stijlen

worden gemonteerd. Deze frames zijn tot één geheel aan elkaar “geweld”, hetgeen betekent, dat ze onder hogere temperatuur met een zware hamer aan elkaar gesmeed worden en als gevolg daarvan a.h.w. aan het oppervlak samensmelten.

 

 

  

Op de afbeelding hiernaast voor het gaandwerk te zien. Ook hiervan zijn de spaken aan het tandwiel geweld en zijn dus zeer ambachtelijk gemaakt.

De houten trommels doen dienst als opwindtrommel voor het touw, waarlangs de gewichten bij het gaan of bij het slaan naar beneden zakken. Deze trommel is voorzien van een z.g. “freewheel”, waardoor het tandwiel door de trommel wordt meegenomen, maar in tegengestelde richting t.o.v. het tandwiel kan draaien t.b.v. het opwinden van de gewichten. De tanden zijn gevijld en zijn vierkant van vorm.

Op deze foto zijn enkele kleinere onderdelen te zien, zoals spieën, handels, bouten en links de z.g. pennengang.

Met zekerheid is het uurwerk in eerste instantie uitgerust geweest met een z.g. waag of foliot. Vòòr dat Christiaan Huijgens de slingertoepassing had uitgevonden, waren toren uurwerken uitgerust met deze waag: een wiel, dat horizontaal werd aangebracht en was voorzien van twee gewichten. Twee spindels lieten bij het heen en weer draaien van de waag telkens een tand passeren in een tijdspanne, die afhankelijk was van de gewichten en de afstand van deze gewichten t.o.v. het draaipunt. Hoe verder van dit draaipunt hoe langzamer het wiel heen en weer zou draaien.

In 1659 vond Huijgens de toepassing van de slinger in een uurwerk uit, waardoor de nauwkeurigheid met een factor 10 toenam. Naderhand werden ook alternatieve uitvindingen gedaan voor de z.g. spindel: de lepeltjes, die bij iedere slinger beweging een tand beurtelings lieten passeren.

En zo vond in 1741 Louis Amant de pennengang uit. Hierbij werd een wiel toegepast voorzien van pennen. De twee lepels naast dit pennenwiel op de foto dienden om middels de slinger telkens een pen te laten passeren en verdeelde zo a.h.w. de aflooptijd van het uurwerk in vaste korte periodes, waardoor op hun beurt de grote wijzer, of minutenwijzer, een maal per uur rond ging en de kleine wijzer, of uurwijzer een maal in de twaalf uur. De ombouw van waag op pennengang heeft  plaats gevonden in 1789 door Jacobus Schoufs.

In dit kader is dit voldoende over de uurwerk techniek. Wel kunnen we een identiek werk laten zien uit dezelfde tijd en ook voorzien van een pennengang:

Hier zijn duidelijk te herkennen de slinger, grondraderen met opwindtrommel, de stenen-gewichten, het houten onder-frame, waarop het uurwerk staat en de windvleugels, die ervoor zorgen, dat tijdens het slaan de slagen niet te snel achter elkaar vallen. De handel rechts achter het gewichtstouw brengt de slagen ierder uur, kwartier en halfuur middels een ijzeren draad over naar een hamer, die op zijn beurt de klok laat klinken.

Na de oorlog zijn de oude klokken, waarvan één uit 1495 en het zwaarste was, om gegoten tot drie klokken, waarvan de klank wel in “harmonie” waren gebracht.

                                                                                       Foto Walther Brouns 2009

 

 

 

Het torenuurwerk in vroegere afbeeldingen:

 

Onder andere via afbeeldingen, schetsen en tekeningen hebben we kunnen achterhalen, dat dit uurwerk afkomstig is van de Stiftkerk en niet van de oude, inmiddels afgebroken, parochiekerk.

Noch bij de verhuizing, noch op de verschillende afbeeldingen is een wijzerplaat afgebeeld op of onder de toren van de parochiekerk, maar wel vinden we op alle afbeeldingen van de Stiftkerk een wijzerplaat aan de west en aan de noordzijde van de toren ter hoogte van de onderzijde van de spits.

Hieronder volgen in chronologische volgorde de afbeeldingen, die we in de verschillende archieven tegen kwamen:

Afbeelding 1 (zie noot 1)

 

 

 

Dit is een tekening ingekleurd met waterverf uit ±1750: de linker toren is die van de Abdij en rechts behoorde tot de parochiekerk, die verder niet te zien is achter het schip van de abdijkerk. De zuidzijde laat dus zoa;s gezegd geen wijzerplaat zien.

Deze bedrijvigheid, zoals die op bovenstaande tekening te zien is komen we ook tegen in de Protocollen van het Kapittel: vreemde voorbij trekkende legers, bodes, die brieven per estafette wegbrengen naar Luik, Etten Breda, Keulen en Rome, en verder vele pachters, die clementie vragen voor alweer een slechte oogst. Bovendien worden vele bestellingen voor lebensmiddelen, kleding en kerkgewaden en linne besteld en afgeverd. Thorn was een sterke economische motor tot ver over de grenzen. Gezien de vele geldmiddelen, die er omgingen, uit even zovele landen en vorstendommen,

mogen we op dit moment blij zijn met onze Euro.

 

  

Afbeelding 2 (zie noot 2)

 

Bovenstaande afbeelding is een detail van een schets gemaakt door Johan de Beyer uit ± 1740.

Hier zien we de wijzerplaat heel duidelijk op de westzijde van de spits van de abdijkerk.

Links is in dit geval de parochiekerk, terwijl het derde torentje rechts de spits is van het kleine luidklokje, het z.g. “trumpklòkske”. Het Mariabeeldje in de renaissancegevel is in particuliere handen en bestaat dus nog.

 

Afbeelding 3 (zie noot 3)

Op deze in ±1830 gemaakte schets staat een gereconstrueerde toren met wijzerplaat, die waarschijnlijk de werkelijkheid niet nauwkeurig weergeeft, want de kleine spits bij het transcept is weg gelaten en bovendien is de westpartij niet juist weergegeven. De wijzerplaat is wel goed te zien.

Naast de kerk, die toen reeds parochiekerk was staat een Abdis in originele kledij weergegeven met sluier als teken van de bruid van Christus. Ook dit is een detail van het geheel.

 

 

Afbeelding 4 (zie noot 4)

 

Deze schets is gemaakt door een Thorrenaar nl. Jos H. Tonnaer in 1860. Dus ruim na de afbraak van het abdijcomplex zijn de restanten, waar de toegangen van en naar de abdij tot de kerk, duidelijk zo gelaten. Herkenbaar is de zware romaanse westbouw met een te kleine spits zonder wijzerplaat aan de zuidzijde. Ook zijn de restanten van de zuidelijke zijtoren met ingang te zien. Deze is naderhand door Cuypers weer gerestaureerd.

 

Afbeelding 5 (zie noot 5)

Op deze schets geeft Dr.P.Cuijpers, de architect uit Roermond en internationaal zeer bekend, aan, dat de wijzerplaat op de oude abdijkerk aan de noordzijde was aangebracht en ook de noordelijk zijtoren volledig intact was gebleven.

Verder is te zien, dat de spits begint ter hoogte van het dak van het middenschip.

Dit was voor velen de oorzaak, waarom het luiden zowel alsook het slaan van de uren niet in de hele parochie te horen waren.

Reden, waarom het bisdom aan het kerkbestuur en dus ook aan Cuypers verzocht de toren zo hoog te maken, dat het luiden tot aan de grenzen van de parochie te horen zouden zijn!

Hierover is nog een anekdote bekend nl..

met betrekking tot de kerk van Vézelay:

 

   Over de restauratie door de architect Eugène Emanuel Violet-le-Duc (1814-1879) is in Frankrijk veel discussie gaande. De centrale vraag hierbij is:

“Hoever mag een architect gaan bij het restaureren van een oud gebouw.”

Er zijn kathedralen, die na de restauratie “Gotischer”waren dan de oorspronkleijke bouwers bedoeld hadden.

Deze discussie loopt, en wat een toeval, ook in Limburg en met name in Thorn over de restauratie van de Abdijkerk. Deze Abdijkerk is gerestaureerd door Pièrre Cuijpers (1827-1921) en een leerling van Violet-le-Duc. Cuijpers hield zelfs contact met Violet-le-Duc over de aanpak. In ± 1865 is le Duc in Thorn geweest, en heeft in de kerk geknield voor het altaar na het gebed de pastoor en Cuijpers kunnen overtuigen van de juiste aanpak: “Mon chèr curé n’y touchez pas, c’est la Vièrge, qui prie”. M.a.w. het voorstel van Cuijpers was geaccepteerd en op voorspraak van de H.Maagd en Violet-le-Duc was het medium.

 

 

Afbeelding 6 huidige situatie   (zie noot 6)

Uiteindelijk is het voorstel van Cuypers zo uitgevoerd, dat de Wijzerplaten in alle windrichtingen te zien zijn en het geluid van de klokken tot ver in de omtrek te horen waren en zijn. Het uurwerk blijft echter gehandhaafd alleen de klokken worden van de parochiekerk omgehangen naar de Abdijkerk, zoals besloten in 1817, maar de oude toren kon deze zware klokken constructief niet meer herbergen,

En dus was het na 1855 noodzakelijk een nieuwe toren te bouwen, want de klokken mochten niet meer slaan.

 

De chronologie van het uurwerk: Parochie St.Michaël te Thorn:

Voorheen was deze kerk gewijd aan O.L.Vrouw

 

1180 (1295)                            1.In“Landrecht Thorn” wordt melding gemaakt van het feit, dat men de 

   klok van de Munsterkerk zal moeten luiden bij vijandigheden jegens het

   Kapittel: er was dus toen reeds een luidklok in de toren aanwezig. (zie ad 1)

 

1531-1577                                              2.Regering door Abdisse Margaretha van Brederode (plaatsing uurwerk?)

   Tijdens haar regeerperiode werd ook het muntrecht toegepast.(zie ad 2)

 

1560-1570                                              3.Bouw en plaatsing van het uurwerk in de oude Abdijkerk GAT Kapittel Protocollen

537   nog te onderzoeken. (copieën in GAT aanwezig, origineel in RAM)

 

1703                                        4.Uurwerkmaker uit Gemert en Hendrick  de Jong  uit Gemert geeft  10 jaar garantie op 

   reparatie van het uurwerk. (zie ad.3 en noot 4)

 

1740                                       5.Het stadsgezicht op Thorn wordt getekend door J.de Beyer, waarop

   duidelijk de wijzerplaat met wijzers te zien is op de toren van de Abdij.

 

1740                                       6.Het jaartal, wat onder de “Calcantenbel” is aangebracht en waarin naar

   alle waarschijnlijkheid deze bel is aangebracht onder het orgel. (zie ad 5)

 

1741                                       7.Louis Armant vindt de pennengang uit. (zie ad 6)

 

1750-1760                                              8.Uurwerk wordt omgebouwd van Waag- op pennengang. Dit is een

   vermoeden.

 

1776                                       9.Ook in deze nieuwe versie van “het Landrecht Thorn”moet in bepaalde

  gevallen van misdrijven de klok geluid worden en om van de inwerking-

  treding van dit Landrecht kond te doen. (zie ad 7 en noot 5)

 

1780-1788                                              10.Hetinterieur van de Abdijkerk wordt rigoreus aangepast en er worden

    vele Barokelementen aangebracht o.a. het hoofdaltaar van het Roermondse 

    Karthuizerklooster. (zie noot 6)

 

1789                                        11.In deel 2 van Habets p.194 nr 430 gaat over de kosten van een nieuw

     uurwerk voor de Stiftkerk.Port.12. In de betreffende archieven wordt

     vermeld: Een offerte van Jacob Schoufs       (zie  ad 8 en noot 7)

 

1797                                       12.Nadat de Abdisse en de overige stiftdames zijn vertrokken, wordt het

    stift/abdij geconfisceerd en afgebroken. (zie noot 6)

 

1817 12 mei                           13.Abdijkerk wordt parochiekerk St.Michaël en klokken worden in de

     oude toren gehangen, terwijl oude parochiekerk wordt afgebroken.( zie ad 9 en noot 8)

 

1855                                       14.Klokken mogen vanwege de conditie van de oude toren niet meer

     geluid worden. (zie noot 8)

 

1863                                                       15.Schets van Dr.Cuipers van de oude situatie met wijzerplaat op toren de

     abdijkerk. (zie ad 10 en noot 8)

 

1874                                       16.Neo-gotieke toren wordt ingewijd en wijzerplaat aangesloten op het oude

     uurwerk. Kosten van 4 hardstenenwijzerplaten fl 250,- (zie noot 8)

 

1932                                       17.Nieuw orgel ingewijd i.v.m. 40 jarig Priesterfeest Past.Wouters.

 

1944                                        18.Toren wordt door Brigade Piron beschoten en vernield.

 

1947                                        19.Koster geeft te kennen de klokken niet meer te kunnen luiden en

 uurwerk op te draaien. (zie ad 11 en noot 8)

1950                                        20.Uurwerk wordt buiten gebruik gesteld i.v.m. electrificatie.

 

1962                                       21.Uurwerk werd uit elkaar genomen en boven bij de klokken opgeslagen.

 

1975?                                      22.Uurwerk werd bij Wolfhagen Sleestraat 12 opgeslagen.

 

2002 maart                              23.Uurwerk is door J.Forschelenopgeslagen bij Wed.Forschelen Wal 22.

 

2002                                        24.Uurwerk isverplaatst naar Hoogstraat door J.Parren en W.Brouns

 

2003                                        25.Verder onderzoek en reconstructie van het uurwerk door Ruud

     Mestrom en Walther Brouns. O.a. in de protocollen van het kapittel van

     1588 to 1784 in Thorn.De origenele protocollen bevinden zich in

     Maastricht onder nr.537 en de verdere rekeningen en verslagen van het

     Kapittel

 

                                                                                                      C:\Mijn documenten\02 Diverse opnames\Klokken\10Uurwerk Thorn\20021210 Bezoek en bespreking\20021217

Chronologie van het uurwerk van de Abdijkerk.doc

Uit de archieven van GAR, GAT en RAM:          ( zie noot o)

 

Ad 1In“Landrecht Thorn” wordt melding gemaakt van het feit, dat men de 

         klok van de Munsterkerk zal moeten luiden

 

Ad 2 .Regering door Abdisse Margaretha van   Brederode 1531-1577

          Onder haar regering vond de aanschaf uurwerk van het uurwerk waarschijnlijk plaats.

          Zij bleek zeer ondernemend te zijn, want ook toen ging men gebruik maken van het

muntrecht.

        

Ad 3 Uurwerkmaker uit Gemert en Hendrick de Jong uit Gemert geeft  10 jaar garantie op

         de reparatie van het uurwerk. ( GAT Kapittel 537 Protocol 1703)

 

         Hierbij krijgt de Kanunnik Beeren van het Kapittel op 23 juni 1703 de opdracht om een

“horlogemaeker” voor een reparatie te laten komen.

Op 7 augustus 1703 is Hendrik de Jong in Thorn geweest en heeft de reparatie uitgevoerd en wordt verzocht een garantie te geven voor 10 jaar. Van zaken doen hadden de dames verstand!

Over Hendrik de Jonge hebben we via de Heemkunde vereniging Gemerts Heem een zeer interessant artikel mogen ontvangen en daarmee tevens de bevestigd gekregen, dat Hendrik dus wel degelijk uit Gemert komt, zoals we reeds vermoedden.

      

Ad 4Het stadsgezicht op Thorn van Johan de Beyer wordt ook in het Boek: “Limburgse klokken

         en hun makers” van Dr.P.Th.R. Mestrom hfdst.4 pagina 280, genoemd als bewijs, dat in Thorn

         een torenuurwerk aanwezig moest zijn.(zie noot 9)

 

 

Ad 5De z.g. “Calcantenbel”, die in 1740 onder het orgel werd aangebracht en door een gat in de

         muur in verbinding heeft gestaan met het uurwerk is nog niet met zekerheid vast te stellen.

         De betekenis van “calcant” is orgeltrapper. Mogelijk, dat de orgeltrapper middels het uurwerk

         en deze bel een sein kreeg om “wind” te maken voor de organist, want hiervoor werd enige tijd

         gevraagd.

                                                                       Afbeelding 7

         Op bovenstaande afbeeldingen is te zien, waar de bel is aangebracht onder het orgel terwijl

          boven de bel een gat is gemaakt om een mogelijk verbinding met het uurwerk tot stand te

          brengen.

 

 

Ad 6 De pennengang werd door Louis Armant uitgevonden in 1740 en dus lijkt het mogelijk, dat

         de ombouw in ± 1750-1760 zal hebben plaatsgevonden. Ook is het mogelijk, dat deze ombouw

         door Jacob Schoufs werd uitgevoerd, voordat deze een opdracht kreeg voor een restauratie in

         1789. De tijd, dat hij waarschijnlijk vanuit Hunsel naar Thorn komt en trouwt met Emilia

         Janssen in Thorn op 5 mei 1759 maakt dit alles zeer waarschijnlijk. Zij woonden op de

         Hoogstraat nr. 18, zoals afgebeeld.

 

Ad 7 Uit het “Landrecht van 1776” blijkt hoe belangrijk het luiden van de klokken kan zijn in het

         Vorstendom: (zie noot 10)

 Ad 8. Brief van Jacob Schoufs aan het Kapittel van Thorn over een te renoveren uurwerk

          (zie noot 7)

 

Deze beschrijving komt overeen met het uurwerk, waarover het in artikel  gaat.

Het is een archiefstuk uit het Rijks Archief te Maastricht.

Het gaat om een grote renovatie en modernisering van het uurwerk. Het

stuk is ondertekend door Jacobus Schoufs!!!

Ik heb ook een copie van het stuk voor jou gemaakt. De interpretatie van het stuk is nog niet helemaal duidelijk, maar daar komen we wel uit. Wat er in staat kan ons wel helpen bij de reconstructie van het uurwerk. Ter sprake komen: een zwaardere slinger, een 'klinck' om de wijzer te verstellen (dit is m.i. het

vreemde onderdeel afb.8), een kwartierslagwerk, een halfuurslag met

volledige slagen en een uurslag, dit alles op drie verschillende luidklokken.

 

 

 

 

 

Links het huis ,waar Jacob Schoufs woonde.

Boven het huis is heel toepasselijk door Dominicus Schoufs (1772-1853) een zonnewijzer aangebracht en gesigneerd met DMSH in 1828.

Vele generatie van de familie Schoufs hebben in Thorn het beroep van uurwerkmaker uitgeoefend.

 

 

Afbeelding 8                                                  

Nevenstaand onderdeel lijkt van latere datum en is waarschijnlijk afkomstig van Jacob Schoufs en is genoemd “klinck” en dient inderdaad om de wijzers te verzetten zonder in of aan het torenuurwerk zelf te hoeven stellen.

Of dit onderdeel iets van doen heeft met de “Calcantenbel”, die onder het orgel is aangebracht in 1740 moet uit het verder onderzoek naar voren komen.

De genealogie van de Schoufs-en is de boeken van Ruud Mestrom uitvoerig besproken en zijn eigenlijk zoals hij vertelde de directe aanleiding tot zijn studie over de Limburgse klok, die vaak werden afgedaan als toch minder belangrijk en van mindere kwaliteit. Niets is minder waar gebleken. Op pagina 216 van zijn boek:”Limburgse klokken en hun makers”.

 

De klokkenmakers van de Schoufs-generatie uit Thorn zijn:

1... Jacobus (Sr)          Hunsel* ±1730            Thorn +1792   x  5 -  5-1759in Thorn Emilia Janssen                                                            gewoond Hoogstr.18

1.2... Joannes Balthasar           Thorn  *   1765  (zn 1) Thorn + 1815  x 14-10-1788 in Thorn  Maria

                                                                       Elisabeth Wackers       gewoond Bogenstraat 109

1.3... Dominicus                       Thorn  *   1772 (zn.1) Thorn + 1839   in Thorn niet getrouwd                                                                         gewoond Hoogstraat 18         

1.4... Mathias                          Thorn  *   1777  (zn.1) Thorn + 1853 in Thorn niet getrouwd en

                                                                       woonde bij zijn broer Dominicus

1.2.1... Jacobus Antonius       Thorn  *   1794 (zn.2)   nb (St.Truiden?) x   ± 1820 in St.-Truiden

                                                                       Maria Drijvers en Maria Rosel gewoond in St.-Truiden

1.2.2…Clement                      Thorn  *   1797 (z.n 2)  (Brussel ? ±1854 ?)    x   ± 1825 Met Catharina

                                                                       Rampelberg gewoond in Brussel

 

Er zijn in deze periode meerdere Schoufs’en geboren in Thorn de oudste, die we tegen kwamen komt voor in het geboorte-, huwelijk- en sterf-register van de parochie St.Michaël 1625-1807 :

Schoufs Joannes wordt geboren 20 januari 1649 als zoon van Mathias en Maria, hierbij zijn de

getuigen: Jacobus Schoufs en Mathia Keijarts.

Het oudste huwelijk vindt plaats op 15 maart 1733 tussen Jacobus Schoufs en Anna Margareta Crutz

En de getuigen hierbij waren: Christianus Cornelius Frische, Maris Anna Courtois en

Maria Sophia Hoets

Verder vindt er nog een huwelijk plaats op 13 augustus 1747 tussen Jacobus Schoufs en Elisabeth

Smits, waarbij als getuigen optraden Joés Michaël Brouns (zelfs deze naam komt voor), Gabriel; en

Cornelia Schoufs en Gertrudis Parren.

 

 

 

Noten:

 

Noot 1 Tekening ingekleurd met waterverf uit ±1750 uit “Thorn, het witte stadje”van W.Sangers/R.Janssen 1982

Noot 2 Detail van een schets gemaakt door Johan de Beyer uit ± 1740  in bezit van PAT

Noot 3 Schets ±1830 gemaakte door Ph.G.J.van Gulpen  (1792-1862) GAM uit foto-collectie PAT

Noot 4 Schets is gemaakt door een Thorrenaar nl. Jos H.Tonnaer in 1860 uit “de Abdijkerk van Thorn”door J.van Cauteren 1987.

            Foto van A.J.J.Mekking, Utrecht

Noot 5 schets geeft Dr.P.Cuijpers, de architect uit Roermond copie van GAR in bezit RDMZ 40032

Noot 6 Kerk van Thorn westzijde foto door W.Brouns , Beesel, 9-1-2003

Noot 7 kosten van een nieuw uurwerk voor de Stiftkerk. Zie Habets deel 2 pag.194 Port.12. RAM

Noot 8 Brief van H Tonnaer,koster te Thorn,  GAR  afd.IV nr.195

Noot 9 Het Boek: “Limburgse klokken en  hun makers van Dr.P.Th.R. Mestrom (ISBN 90 90108572) Maastricht 1997

Noot 10 Uitgewerkt vanuit Rijksarchief te Maastricht

( HTTP://WWW.de -wit.net/bronnen/histo/landrecht_thorn_1180.htm ) door Walther Brouns Beesel