YouTube film van het astronomisch uurwerk

Praag
vijf soorten tijd in n uurwerk

Het astronomische uurwerk (Tsjechisch: orloj) op het stadhuis in Praag heeft drie delen:

1. Bovenaan achter twee luiken, een soort poppenkast uit de 19e eeuw waaruit op elk uur de figuren van de apostelen te voorschijn komen.

2. Onderaan in een cirkelvormige kalender, taferelen van de maanden en de seizoenen en voor elke dag de heilige.

3. In het midden
, het oudste en meest vernuftige deel een veelvoudig uurwerk uit 1410.

Op het plein bij het uurwerk stromen elk uur honderden toeristen samen. De apostelen die te voorschijn komen krijgen al hun aandacht. Dit spektakel duurt niet eens een minuut. Over het eigenlijke uurwerk krijgen zij meestal geen uitleg.

Volgens de legende werd de maker van
het uurwerk in Praag, toen het klaar
was, blind gemaakt opdat hij een
dergelijk uurwerk niet meer zou kunnen
maken voor een andere stad.




Foto (2007) Willy Leenders
Het uurwerk in zijn geheel
Het uurwerk geeft vijf soorten tijd aan:

- de 
Midden-Europese Tijd;

- de tijd, gemeten in een verdeling van 12 'uren' tussen zonsopgang en zonsondergang, de zogenaamde 'ongelijke uren';  zij zijn van dag tot dag langer of korter vermits de periode tussen
zonsopgang en zonsondergang elke dag verschilt;

- de tijd, gemeten in een verdeling van 24 uren die aangeeft hoelang de zon verwijderd is van het moment (24) van zonsondergang, de zogenaamde Boheemse of Italiaanse uren;

- de plaats van de zon in de zodiak of dierenriem;

- de sterrentijd.

Ook de positie van de maan wordt aangegeven. Op de tekeningen hier bijgevoegd is dit niet uitgebeeld.

Het uurwerk bestaat uit een vaste schijf in het midden en twee onafhankelijk van elkaar draaiende schijven:
de buitenrand met de cijfers in middeleeuws schrift en de zodiakring.

Er zijn drie wijzers: de wijzer met het handje, het zonnetje dat op die wijzer heen en weer schuift en de wijzer met het sterretje die vast verbonden is met de zodiakschijf.

Tekening (2008) Willy Leenders

Beeldanimatie: de klok op de 10de van elke maand om 9.30 uur 's morgens






'Bewegende' tekening (2008) Willy Leenders
Ware plaatselijke tijd en ongelijke uren op de middenschijf
Op de middenschijf geeft de wijzer de Midden-Europese Tijd aan, aangegeven in Romeinse cijfers. Op de tekening wijst het handje ongeveer 2.20 uur na de middag aan.

Tussen de vergulde gebogen lijnen wijst het zonnetje hoever de dag tussen zonsopgang en zonsondergang gevorderd is in een verdeling van 12 uur, aangegeven in Arabische cijfers, de zogenaamde 'ongelijke uren' (in de winter dus korte uren - op de binnencirkel - en in de zomer lange uren - op de buitencirkel). Op de tekening: het einde van het negende uur.

Het zonnetje bevindt zich steeds op de rand van de zodiakschijf en schuift daarom doorheen het jaar op en af over de wijzer. De middencirkel geeft de plaats aan waar het zonnetje zich bevindt bij het begin van de lente en van de herfst; dag en nacht zijn dan even lang.

Bij het
begin van de dag staat de vermelding ORTUS (zonsopgang), bij het einde OCASUS (zonsondergang). De periode vr zonsopgang heet AURORA (dageraad), die na zonsondergang CREPUSCULUM (avondschemering).



Tekening (2008) Willy Leenders

De klok zou de zonnetijd moeten aangeven (de echte plaatselijke tijd)
zoals vroeger. Zij was toen ingesteld op de gemiddelde zonnetijd en
werd op tijd en stond met de hand bijgesteld ter correctie van de tijdsvereffening.
In 1912 werd ze echter zo ingesteld dat zij de Midden Europese Tijd (M.E.T.) aangeeft.
In 1957 werd de aanduiding van de Boheemse tijd daaraan aangepast.
De uurlijnen voor de ongelijke uren staan vast en kunnen niet
aangepast worden. Die aanduiding is dus fout.

Omdat Praag (14 25' O.L.) bijna op de 15-gradenmeridiaan ligt,
de referentie voor de Midden-Europese Tijd, is het verschil tussen
M.E.T. en de ware plaatselijke tijd ongeveer twee minuten
plus een correctie gelijk aan de
tijdsvereffening.
In februari en begin november is het totale verschil het grootst: ongeveer een kwartier.
Dan loopt de klok respectievelijk ongeveer een kwartier voor en achter op de zonnetijd.

Boheemse of Italiaanse uren op de buitenring
Op de buitenring geeft de wijzer met het handje de Boheemse uren aan, de tijd zoals die in de middeleeuwen in Bohemen, waartoe Praag behoorde, en in Noord-Itali gebruikelijk was.

Het etmaal is ingedeeld in 24 uren. Als de zon ondergaat is het 24 uur. Afgelezen op een modern uurwerk dag na dag dus iets eerder of iets later.

Op de tekening wijst het handje 22 uur aan, dus 2 uur voor zonsondergang.

Om dit resultaat te bekomen draait de buitenring met de cijfers gedurende de ene helft van het jaar (als de dagen langer worden) langzaam naar rechts en gedurende de andere helft (als de dagen korter worden) naar links. De tijdsaanduiding die op het middaguur bovenaan komt te staan variert van 15.55 uur (nog 8.05 uur tot zonsondergang) tot 20.05 uur (
nog 3.55 uur tot zonsondergang).

De cijfers zijn in het middeleeuwse schrift, ter verduidelijking:
is
4
is 7


Tekening (2008) Willy Leenders
Op de zodiakring: de plaats van de zon in de dierenriem en het sterrenuur 
In de zodiakring geeft het zonnetje de plaats aan van de zon in de dierenriem. In de tekening is dat op de overgang van Waterman naar Vissen, dus ongeveer op 18 februari.

De zodiakring is excentrisch aangebracht in het uurwerk. Hij draait in een jaar n keer rond zijn eigen middenpunt en in een dag in zijn geheel rond het middenpunt van het uurwerk. Het zonnetje blijft tijdens die gecombineerde beweging altijd op de buitenrand van de zodiakring en op de wijzer.



Vast verbonden met de zodiakring in het verlengde van de scheidingslijn tussen Vissen en Ram (het lentepunt) is een sterretje aangebracht. Het geeft de sterrentijd aan, af te lezen op de schaal met Romeinse cijfers. Op de tekening omstreeks 00.20 uur.



Tekening (2008) Willy Leenders